Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(38)
  • Commentaar NLFiscaal(11)
  • Literatuur(2)
  • Recent(4)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(2)

Belastingconsulent X (belanghebbende) heeft abusievelijk een concept van zijn aangifte IB/PVV 2011 ingediend waarin per abuis geen bedrag aan niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek is opgenomen. Tegen de aanslag IB/PVV 2017 heeft hij op 26 oktober 2020 bezwaar gemaakt. Het bezwaar is gemotiveerd met de stelling dat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij in zijn aangifte IB/PVV 2011 wel een bedrag aan niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek van € 9.484 had opgevoerd, resulterende in een bedrag van € 11.965 aan niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek in 2017. De Inspecteur heeft het bezwaar afgewezen. Tevens heeft de Inspecteur geoordeeld dat de vijfjaarstermijn is overschreden waardoor een ambtshalve herziening van de aangifte 2001 niet meer mogelijk is.

Tegen dit oordeel heeft X beroep ingesteld bij Rechtbank Den Haag, maar dit wordt ongegrond verklaard.

Op grond van artikel 3.76, lid 6, Wet IB 2001 stelt de Inspecteur het bedrag van de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek vast bij voor bezwaar vatbare beschikking en wordt dit afzonderlijk op het aanslagbiljet vermeld. In het kader van de rechtsbescherming dient te worden aangenomen dat het bedrag van de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek op het aanslagbiljet IB/PVV 2011 bij beschikking is vastgesteld op een bedrag van nihil (vgl. HR 16 december 2005, 41.587, ECLI:NL:HR:2005:AU8169). Tegen deze beschikking had X bezwaar kunnen maken, maar dit heeft hij niet gedaan. Het standpunt van X dat een bezwaar tegen een nihilaanslag niet ontvankelijk verklaard zou worden, is onjuist, oordeelt de Rechtbank. Aangezien X niet tijdig in bezwaar is gekomen tegen de aanslag IB/PVV 2011 en deze aanslag onherroepelijk vaststaat, heeft de Inspecteur de aanslag IB/PVV 2017, en meer specifiek de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek, naar het juiste bedrag vastgesteld.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2011 en 2017
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum instantie
23 februari 2022
Rolnummer
21/1195
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:1635
NLF-nummer
NLF 2022/1105
Aflevering
9 juni 2022
bwbr0011353&artikel=3.76,bwbr0011353&artikel=3.76

X