Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(8)
  • Commentaar NLFiscaal(8)
  • Literatuur(2)
  • Recent(2)

X (belanghebbende) houdt alle (certificaten van) aandelen in Beheer (bv). Beheer heeft op 1 augustus 2018 haar deelnemingen verkocht. X heeft op 21 december 2018 in verband met een voorgenomen fusie verzocht om zekerheid vooraf dat sprake is van een aandelenfusie in de zin van artikel 3.55 Wet IB 2001. Vermeld is onder meer dat een nieuwe holding zal worden opgericht waarbij de aandelen van die holding worden volgestort door middel van inbreng van de aandelen Beheer ter waarde van € 28.300.000, althans de waarde per 31 december 2018. Na het realiseren van de aandelenfusie bestaat het voornemen om de gewone aandelen Beheer om te zetten in preferente aandelen en (nieuwe) gewone aandelen uit te reiken aan de vier kinderen van X. Het verzoek is door de Inspecteur afgewezen.

In geschil is of dat terecht is. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de voorgenomen fusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.

Volgens Rechtbank Gelderland heeft de Inspecteur aannemelijk gemaakt dat aan de voorgenomen aandelenfusie niet in voldoende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen. Er is sprake van een onzakelijk hoog rendement op de kapitaalinbreng van de kinderen en er vindt een verschuiving van financiële rechten plaats van X naar zijn kinderen. Er is sprake van een onzakelijke verlettering, vanwege de ongelijke en daardoor onzakelijke ruilverhouding. De Inspecteur heeft afdoende onderbouwd dat een preferent dividend van 1% in verhoudingen tussen van elkaar onafhankelijke partijen niet voorkomt en zeker niet wanneer de inbreng van de zittende aandeelhouder en de toetredende aandeelhouders zozeer uit elkaar lopen als hier het geval is.

De door X aangevoerde zakelijke argumenten zijn volstrekt marginaal ten opzichte van het voordeel van het ontgaan of uitstellen van inkomstenbelasting. Dat de Fusierichtlijn voorts niet zou zien op uitstellen van belasting wordt door de Rechtbank verworpen.

Het beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
nog invullen
Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum instantie
25 november 2021
Rolnummer
20/1645
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2021:6268
Auteur(s)
Niels van Mol
Belastingdienst
bwbr0011353&artikel=3.55

X