Direct naar content gaan

Samenvatting

De ondernemingsactiviteiten van X (belanghebbende) bestaan uit het exploiteren van een transportbedrijf. Tijdens een onderzoek is geconstateerd dat X in opdracht van particulieren goederen meeneemt naar Marokko in tasjes of dozen. X heeft de ontvangsten hiervoor niet opgenomen in de btw-aangiften. De Inspecteur heeft op jaarbasis een bedrag van € 6.074 (= € 35.000 x 21/121) aan omzetbelasting nageheven voor het goederenvervoer naar Marokko in opdracht van particulieren.

In geschil is (onder meer) of dat terecht is.

Hof Den Haag oordeelt dat, gelet op artikel 6c, lid 2, Wet OB 1968, slechts een klein deel van het door X voor particulieren verrichte goederenvervoer naar Marokko plaatsvindt in Nederland.

Ter zitting van het Hof heeft de Inspecteur weersproken dat X goederen heeft vervoerd naar Marokko. Het Hof kan deze stelling niet volgen en vindt deze nieuwe opstelling van de Inspecteur niet passen bij een behoorlijk handelend bestuursorgaan. De ‘vangnetbepaling’ van artikel 37e Wet OB 1968 is voorts niet van toepassing.

Uitgaande van de door X ter zitting toegelichte vaste route vanuit zijn woonplaats naar Marokko vindt ongeveer 3% van het door hem verrichte goederenvervoer voor particulieren plaats in Nederland. Dit betekent dat de Inspecteur ten aanzien van deze correctie op jaarbasis niet meer dan € 182 (= 3% van € 35.000 x 21/121) aan omzetbelasting kan naheffen.

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2014-2017
Instantie
Hof Den Haag
Datum instantie
3 november 2022
Rolnummer
22/00124
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2022:2281
NLF-nummer
NLF 2022/2354
Aflevering
1 december 2022
bwbr0002629&artikel=6c&lid=2,bwbr0002629&artikel=6c&lid=2

Naar de bovenkant van de pagina