Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Voor de Nederlandse dividendbelasting geldt onverkort: afschaffen en doorpakken.


Paul de Haan is verbaasd dat premier Mark Rutte en staatssecretaris Menno Snel van Financiën dit zo kordaat hebben gedaan. En waarom waren Snel en Rutte zo ontwijkend over de wijze van de totstandkoming van dit abolitionistisch perspectief? De dividendbelasting is misschien niet ziek maar wel grondig versleten. Rutte en Snel hadden keurig gebruik kunnen maken van het onmiskenbaar wankelen van de dividendbelasting (‘het sleet-argument’) en de kennelijke behoefte om – op voorspraak van Nederlandse bedrijven en belastingadviseurs – bedrijvigheid naar Nederland te halen (‘het vestigingsklimaat-argument’).

‘Professor Elaine Burchfield pushed her glasses up her nose. “Is Howard Belsey really suggesting”, she said with patrician disappointment, “that Wellington is such a terribly delicate institution that it fears the normal cut and thrust of political debate within its halls? Is the liberal consciousness (which it pleases Professor Kipps to ridicule) really so very slight that it cannot survive a series of six lectures that come from a perspective other than its own? I find that prospect very alarming.”1‘A word of advice. Don’t take up that sentimental attitude over the poor. See that she doesn’t, Margaret. The poor are poor, and one’s sorry for them, but there it is.’2 Verbinden en afschaffen – een aangekondigde dood

Het motto van de afgelopen herdenkingsdag slavernijverleden (1 juli 2018) was verbinden en doorpakken. Het motto van Forsters roman Howards End is: only connect.3 Ik denk met Forster dat verbinden genoeg is. Voor de liefhebbers: On Beauty van Zadie Smith is mede te zien als een hommage aan het Brits-blanke Howards End, maar dan in een Amerikaans-zwarte context. Een dubbele verbinding dus. Literatuur kan alles!

Voor de Nederlandse dividendbelasting geldt onverkort: afschaffen en doorpakken.4 Het verbaast me dat Rutte en Snel dit zo kordaat hebben gedaan. En waarom waren Snel en Rutte zo ontwijkend over de wijze van de totstandkoming van dit abolitionistisch perspectief? De dividendbelasting is misschien niet ziek maar wel grondig versleten. Rutte en Snel hadden keurig gebruik kunnen maken van het onmiskenbaar wankelen van de dividendbelasting (‘het sleet-argument’) en de kennelijke behoefte om – op voorspraak van Nederlandse bedrijven en belastingadviseurs – bedrijvigheid naar Nederland te halen (‘het vestigingsklimaat-argument’).

Men raadplege voor het eerste argument, het ‘voortreffelijke werk’5 van Marres hieromtrent.6 Ik haal aan:

“De staatsecretaris (PdH: Wijn) merkte in 2005 op dat hij ‘op den duur’ geen toekomst zag voor de dividendbelasting. ( ...) In de Eerste Kamer bevestigde hij dat zijns inziens de dividendbelasting op termijn moet worden afgeschaft.”

Dit herhaalde hij later dat jaar nog eens en noemde het investeringsklimaat, het EU recht en de administratieve lasten voor burger en overheid de belangrijkste overwegingen om geen toekomst te zien voor deze belasting.7

In gelijke zin: de commissie-Van Weeghel die de hiervoor genoemde overwegingen overneemt, geen aanbeveling doet, maar wel constateert:

‘De Nederlandse multinationals zien afschaffing van de dividendbelasting (op termijn) als een belangrijke stap in het Nederlandse vestigingsklimaat.’8

De deelverzameling Nederlandse multinationals bestaat uit voornamelijk Shell en Unilever met in de subtop – denk ik – de Nederlandse grootbanken, Akzo Nobel en Philips. Ik vind het geen enkel probleem dat de overheid naar het bedrijfsleven luistert en vice versa. Integendeel, het houdt iedereen geïnformeerd en scherp. Een soepel publiekprivaat discours is een belangrijke kracht voor een land, mits een zekere transparantie wordt betracht. Het grote probleem in Nederland is dat de indruk bestaat dat alleen Shell en Unilever9 een directe, onmiddellijke en geheime toegang lijken te hebben tot de wetgevende en bestuurlijke machten. Dat is niet zo. Wijlen Johan Cruyff heeft bijna in zijn eentje10 Vermeend zo ver gekregen dat het tarief schenkingsrecht voor zogenoemde algemeen belang-stichtingen – zoals de Cruyff Foundation – versneld van 11% naar nihil ging. Cruyff kreeg dat sneller voor elkaar dan Shell want die lobby is al minstens veertien jaar bezig de dividendbelasting de nek om te draaien.

Het sensationeel gebrachte nieuws over de ‘geheime afspraak’ van de fiscus met Shell over het achterwege laten van dividendbelasting over ‘Engelse’ uitgekeerde winst hielp niet.11 Over die geheimzinnigheid: het moet toch mogelijk zijn om journalisten uit te leggen dat er een fiscale geheimhoudingsplicht geldt, zodat iedere afspraak met de fiscus een geheime afspraak is ? Dit is, begrijp ik inmiddels van communicatiologen ‘framing’: men koppele geheim aan afspraak zoals men groen aan gras verbindt en iedereen denkt bij ruling meteen aan achterbaks cliëntelisme.12

En zo geheim was het allemaal niet. Had Jan Kleinnijenhuis van Trouw even gesproken met Frank van Zijl van de Volkskrant dan had laatstgenoemde kunnen vertellen dat de Volkskrant deze afspraak al in 2004 had gemeld, zie het keurige overzicht in de Volkskrant van 26 juni 2018. Een beetje ingevoerd journalist gaat dan op zoek naar een deskundige die tegen afschaffing van de dividendbelasting is en een hekel aan rulings heeft. Terwijl Marres nu juist een voortreffelijk boek over deze belasting heeft geschreven maar die wordt niet gebeld. (Of wel?) Ik kan me verder niet voorstellen dat Shell en haar adviseurs niet een eventueel ‘contra legem’-karakter van de betreffende afspraak hebben getoetst, zeker in verhouding tot Angelsaksische investeerders.

Ik begrijp die ruling wel. Eenvoudig gezegd, Shell heeft vanwege haar Engelse/Nederlandse origine, twee soorten aandelen: zeg maar Nederlandse en Engelse. Aan die Nederlandse en Engelse aandelen zijn ‘Nederlandse’ en ‘Engelse’ winstreserves verbonden. Door de samensmelting in een Nederlandse holding, zijn alle winstreserves ‘Nederlandse’ winstreserves geworden waarop een Nederlandse dividendbelastingclaim gaat rusten. Een dergelijke heffing heeft iets oneigenlijks, zeker gelet op de traditionele duale aandelenstructuur bij Shell (en Unilever). De preciezen zeggen: het is nu eenmaal de wet en die wet kent geen onderscheid aan de hand van de oorsprong van de winstreserves; ‘lex dura sed lex’. De rekkelijken zeggen: de oorsprong moet toch een plaats krijgen in de toepassing van de wet op de dividendbelasting. In casu moet men bereid zijn mee te denken aan een oplossing, want ‘suaviter in modo’. Een soepele uitvoering is verder begrijpelijk omdat de dividendbelasting als gezegd een versleten wet is en tevens Europeesrechtelijk zwaar onder vuur lag (en ligt).

In december 2017 heeft het Nederlandse bedrijfsleven – op uitnodiging van de oppositie in de Tweede Kamer – tijdens een rondetafelgesprek zijn kaarten op tafel gelegd. Voor de onderhoudende debatreeks, verwijs ik de nieuwsgierige lezers naar https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2017A03991.

Shell, Unilever, VNO NCW, Euronext en Amcham gaven een keurig overzicht van wat zij vonden van de dividendbelasting met een mooie (en mij uit het hart gegrepen) vaststelling van Van Tilburg (Euronext) dat economie geen wiskunde is. Dumoulin van Akzo Nobel had een creatieve aanvullende kritiek op de dividendbelasting. Hij stelde dat heffen van dividendbelasting over niet-Nederlandse winsten strijdig is met het OESO (BEPS)-uitgangspunt dat de plaats van heffing daar moet zijn waar de waarde is gecreëerd. Ik vond dat wel spitsvondig.

Het tweede element – het vestigingsklimatologische argument – kan ik moeilijker plaatsen. Het is zo gesteld dat belastingcompetitie tussen landen weer terug is van (heel) even weggeweest. De droom van een groots opgezet multilateraal BEPS-theater is uit elkaar gespat onder druk van de digitalisering van de wereldbedrijvigheid. Ik zou het argument beter begrijpen als Rwanda of Kenia dit argument naar voren zouden brengen maar voor Nederland, als één van de meest competitieve landen ter wereld, is het niet per se overtuigend. Maar – ‘economie is geen wiskunde’ – bij het rondetafelgesprek werd nadrukkelijk stilgestaan bij het VK na de Brexit en de VS na de tax reform. Beide landen zouden hoofdkantoren weghalen of -houden uit Nederland. Dat zou de urgentie van afschaffing verklaren. Goddank geen geleuter over kroonjuwelen en bv Nederland aan de rechthoekige ronde tafel, maar helder uitgelegd dat Nederlandse beursgenoteerde grootbedrijven een beroep op buitenlandse kapitaalverschaffers moeten doen en dat de dividendbelasting een lastige sta-in-de -weg is. Dus waar in veel gevallen de grootondernemingen heel stilletjes zijn over hun fiscale welbevinden, is in dit geval een uitvoerige beschrijving gegeven van wat zij wel en wat zij niet willen.

Het is bijna vergelijkbaar met een recente statement van Tom Donohue, voorzitter van de Amcham in de VS. In juni 2018 maakte hij in zijn blog13 ernstige bezwaren tegen het Trumpiaanse immigratiebeleid waar kinderen gescheiden werden van hun ouders. Zijn blog heet: Separating Children from Families Must End Now. Hij zegt:

‘At the U.S. Chamber, we wake up every day with a goal of defending and promoting the free enterprise system. Today, we ask our elected officials to defend the core values that make the free enterprise system and the whole American experiment possible.’

Een ondubbelzinnig heldere, publieke en politiek-transparante stellingname.

Nog te vaak zwijgen ondernemers en fiscaal adviseurs over vooral het fiscale beleid en strategie. Men zwijgt of men komt niet verder dan de Opsteltiaanse mantra dat het goed is voor Nederland. Maar Opstelten kwam als burgemeester weg met zijn intellectuele oppervlakkigheid omdat hij een charismatische aanwezigheid had in de stad. De gewoon aardige en ietwat monomane Rutte heeft dat niet. De man heeft vele talenten, maar hij blijft de uitstraling hebben van Mr. Wilcox in Howards End, waarover hoofdpersoon Margaret Schlege zegt:

‘For instance, I know all Mr. Wilcox’s faults. He’s afraid of emotion. He cares too much about success, too little about the past. His sympathy lacks poetry, and so isn’t sympathy really. I’d even say’ – she looked at the shining lagoons – ‘that, spiritually, he’s not as honest as I am. Doesn’t that satisfy you?’14

Voor een vestigingsklimaat is stabiliteit essentieel. Amerikaanse ondernemers worden met fiscale voordelen, China bashing en deregulering enorm in de watten gelegd door Trump en zijn trawanten, maar zo concludeert the Economist:

‘As the contours of this new world become clearer, so will its costs to business in terms of complexity and predictability.’15

Onvoorspelbaarheid en goed bestuur gaan niet samen. In dat opzicht is de onbeholpen presentatie met betrekking tot de totstandkoming van de afschaffing door dit kabinet slecht voor het vestigingsklimaat. Het is ook heel jammer want alle betrokkenen – zelfs grootondernemend Nederland – waren behoorlijk transparant in hun posities. Om dan de term ‘bananenrepubliek’ in deze context te gebruiken, zoals politica Thieme klaarblijkelijk meende te moeten doen, is alleen maar te verklaren uit onnozel of vilein opportunisme.16

‘En de dividendbelasting (…) is ten dode opgeschreven. Maar in welk een schoonheid van wetenschappelijke en tegelijk praktische uiteenzetting gaat deze belasting dan ten onder!’17
Rubriek(en)
Dividendbelasting
Auteur(s)
Paul de Haan
De Haan advies
NLF-nummer
NLF Opinie 2018/34
Judoreg
NFB2188
Publicatiedatum
19 juli 2018

X