Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(5)
  • Jurisprudentie(11)
  • Commentaar NLFiscaal(13)
  • Literatuur(26)
  • Recent(3)
De bank beheerde X (bv; belanghebbende) sinds medio 2012 onder toezicht van de curator. De aandelen in X behoorden toe aan Y, de topmaatschappij van de gefailleerde Y-groep.
Het bezit van X bestond uit dertien verhuurde kantoorpanden en een bedrijfshal verspreid over Nederland. Door omstandigheden in de vastgoedmarkt is de bank het vastgoed blijven exploiteren totdat een geschikte koper was gevonden.
Op 23 december 2015 zijn de aandelen in X overgedragen aan A (bv). Hierbij is voor de vastgoedportefeuille van X een transactieprijs overeengekomen van in totaal € 72,5 miljoen.
Een drietal kantoorpanden is op 29 december 2017 aan drie in 2017 opgerichte afzonderlijke dochtermaatschappijen van X overgedragen. Hierbij is een boekverlies gerealiseerd van in totaal € 4.296.591. Met ingang van 1 januari 2018 zijn de drie vennootschappen met X opgenomen in een fiscale eenheid.
In geschil is het antwoord op de vraag of artikel 20a Wet VpB 1969 in de weg staat aan het in aanmerking nemen van de ten tijde van de belangenwijziging aanwezige latente verliezen.
Gelet op de wettekst, de wetsgeschiedenis en de wetsystematiek in onderling verband en samenhang bezien, komt Rechtbank Noord-Holland tot het oordeel dat de beperking van de verliescompensatie in artikel 20a Wet VpB 1969 zich niet uitstrekt tot latente verliezen. De in het besluit van 25 februari 2015, BLKB2015/211M, en diens voorlopers, besloten liggende andersluidende uitleg van de staatssecretaris, leidt niet tot een ander oordeel nu de staatssecretaris de uitlatingen in deze besluiten niet heeft gedaan in zijn hoedanigheid van medewetgever maar als uitvoerder van de belastingwet. Deze uitleg kan X dan ook niet worden tegengeworpen. Hieruit volgt dat de Inspecteur het bij de verkoop in 2017 van de drie panden gerealiseerde verlies bij het vaststellen van de aanslag vpb 2017 ten onrechte van verrekening heeft uitgesloten.
Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Belastingtijdvak
2017
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
19 mei 2022
Rolnummer
21/940
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:4269
bwbr0002672&artikel=20a

X