Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

X (belanghebbende) heeft de Duitse nationaliteit en woonde in 2016 in Bulgarije. Hij had aan het begin van 2016 al de Nederlandse AOW-leeftijd bereikt.

Op 21 maart 2016 is X in dienst getreden bij de Nederlandse werkgever A. Hij verricht in 2016 eerst in Nederland en later via detachering in België werkzaamheden voor A. Ter zake van de werkzaamheden van X voor de werkgever is een A1-verklaring afgegeven inhoudende dat de Nederlandse wetgeving van toepassing blijft gedurende de periode dat X is gedetacheerd in België.

In geschil is of de Inspecteur terecht belasting heeft geheven over de AOW-uitkering en of hij terecht premies voor de Anw en Wlz heeft geheven (belastingjaar 2016).

Gelet op de nationale wetgeving en het Verdrag Nederland-Bulgarije oordeelt Hof Den Bosch dat de Inspecteur terecht belasting heeft geheven over de AOW-uitkering.

Toetsing aan Verordening 883/2004 leidt tot de conclusie dat de Nederlandse socialezekerheidswetgeving op X van toepassing is sinds hij in Nederland is gaan werken. De Inspecteur heeft terecht premies Anw en Wlz geheven. Het hoger beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Internationaal belastingrecht
Sociale verzekeringen
Belastingtijdvak
2016
Instantie
Hof Den Bosch
Datum instantie
11 mei 2022
Rolnummer
21/00235
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:1472
NLF-nummer
NLF 2022/1174
Aflevering
16 juni 2022

X