Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(1)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(1)

X (belanghebbende) kon in 2020 alleen door middel van eHerkenning aangiften loonheffing (LH) doen. Zij weigerde eHerkenning aan te schaffen omdat deze software alleen tegen betaling bij een commerciële partij kan worden aangeschaft.

Omdat X geen aangifte LH heeft gedaan voor de maand maart 2020, is een naheffingsaanslag opgelegd.

Voor Rechtbank Gelderland was in geschil of een wettelijke grondslag bestaat om belastingplichtigen te kunnen verplichten bij een commerciële partij eHerkenning aan te schaffen voor het doen van hun aangiften. De Rechtbank heeft – kort gezegd – geoordeeld dat geen wettelijke basis bestaat voor deze verplichting en dat de naheffingsaanslag om die reden moest worden vernietigd. De staatssecretaris heeft te kennen gegeven dat de Inspecteur heeft afgezien van het instellen van hoger beroep tegen deze uitspraak van de Rechtbank, omdat de inhoudingsplichtige over het in geschil zijnde tijdvak geen loonheffingen was verschuldigd. Daarmee is de zaak tussen X en de Inspecteur geëindigd.

Omdat het wenselijk is te vernemen of de Hoge Raad zich kan vinden in het oordeel van de Rechtbank, heeft A-G Niessen een vordering tot cassatie in het belang der wet ingesteld. De A-G meent dat de verplichting om aangifte te doen door middel van eHerkenning een wettelijke basis heeft in artikel 2:15, lid 1, Awb en artikel 3a, lid 2, AWR. Die artikelen bieden volgens de A-G de mogelijkheid aan de minister om nadere eisen te stellen aan niet alleen de inhoud, maar ook de wijze waarop een bericht via de elektronische weg wordt gestuurd aan een bestuursorgaan. De minister heeft volgens de A-G van deze bevoegdheid gebruik gemaakt door in de Regeling Elektronisch Berichtenverkeer Belastingdienst (Regeling EBV) verplicht te stellen dat gebruik wordt gemaakt van authenticatiemiddelen die voldoen aan Europese regelgeving met betrekking tot de toegangsbeveiliging van (overheids)informatiesystemen die persoonsgegevens verwerken. Hiermee is de minister naar de mening van de A-G niet buiten zijn bevoegdheid getreden.

De A-G vordert dan ook vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank zonder dat het te wijzen arrest nadeel toebrengt aan de rechten door partijen verkregen.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Loonbelasting
Belastingtijdvak
maart 2020
Instantie
A-G
Datum instantie
10 juni 2022
Rolnummer
22/01627
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:553
bwbr0002320&artikel=3a&lid=2,bwbr0005537&artikel=2:15&lid=1

X