Direct naar content gaan

Samenvatting

B is dga van (holding) A, welke vennootschap enig aandeelhouder en bestuurder is van X (bv). X is op 19 augustus 2014 in staat van faillissement verklaard. De Inspecteur heeft aan X, en wel ter attentie van B, een informatiebeschikking gegeven. X heeft bezwaar gemaakt tegen de informatiebeschikking. De Inspecteur heeft het bezwaar afgewezen.

Een advocaat heeft namens A en B tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij Rechtbank Den Haag. Volgens de Rechtbank kan alleen X beroep instellen. Zij heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. X, A en B hebben vervolgens hoger beroep ingesteld bij Hof Den Haag.

Het Hof heeft geoordeeld dat het beroep bij de Rechtbank mede is ingesteld namens X, zodat zij moet worden ontvangen in dat beroep, en dat het beroep bij de Rechtbank van A en B terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het Hof heeft de zaak terugverwezen naar de Rechtbank voor een inhoudelijke behandeling van de zaak.

De staatssecretaris van Financiën komt in cassatie op tegen het oordeel van het Hof dat het beroep bij de Rechtbank mede is ingesteld namens X. De Hoge Raad verklaart dit gegrond.

Het Hof heeft zijn oordeel mede gegrond op een ter zitting bij de Rechtbank gegeven verklaring. Voor zover het Hof hiermee tot uitdrukking heeft willen brengen dat een na afloop van de beroepstermijn afgelegde verklaring alsnog kan bewerkstelligen dat het beroep is ingesteld door of namens een ander dan degene door of namens wie het beroepschrift is ingediend, berust zijn oordeel op een onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR 20 oktober 1993, 28.655A, ECLI:NL:HR:1993:ZC5485).

Indien het Hof is uitgegaan van de juiste rechtsopvatting is zijn oordeel onbegrijpelijk aangezien de inhoud van zowel het beroepschrift als de begeleidende brief daarbij geen andere conclusie toelaat, ook niet in samenhang met de overige omstandigheden, dan dat het beroep bij de Rechtbank uitsluitend is ingesteld door A en B.

A en B komen in cassatie tevergeefs op tegen de bevestiging door het Hof van het oordeel van de Rechtbank dat het beroep van A en B niet-ontvankelijk is.

Het karakter van de informatiebeschikking sluit uit dat deze betrekking kan hebben op inkomens- of vermogensbestanddelen van derden die zijn begrepen in het voorwerp van die beschikking. Reeds hierop stuit een beroep op artikel 26a, lid 2, AWR af.

De verwijzing naar een uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden faalt, omdat in die zaak – in afwijking van de onderhavige zaak – beroep is ingesteld namens een (ontbonden) vennootschap waaraan een navorderingsaanslag was opgelegd.

Het blijft lastig vast te stellen op welke wijze een fiscaal beroep op bezwaar moet worden ingesteld als de primair belanghebbende bij dit beroep op bezwaar in staat van faillissement verkeert. In dit geval had de Inspecteur een informatiebeschikking ex artikel 52a AWR aan een ‘werkmaatschappij’ afgegeven, in de uitspraak aangeduid als X. Dat gebeurde op 28 oktober 2013. Namens de werkmaatschappij werd hier bezwaar tegen gemaakt. Dit bezwaar werd door de Inspecteur afgewezen op 25 augustus 2015. In de tussentijd – op 19 augustus 2014 – was de werkmaatschappij in staat van faillissement verklaard. Kennelijk was de curator niet bereid of in staat beroep in te stellen tegen de afwijzing, of wilden de bij de werkmaatschappij betrokken partijen, zijnde de Holding (aangeduid als A) en de dga (aangeduid als B), de curator niet in directe zin in de discussie met de fiscus over de informatiebeschikking en de gevolgen daarvan – omkering van de bewijslast – betrekken. Het beroep werd in elk geval ingesteld namens de Holding en de dga en niet namens de werkmaatschappij. Dat was een gemiste kans, want het valt niet in te zien waarom de Holding niet, in de hoedanigheid van bestuurder van de werkmaatschappij, namens laatstgenoemde beroep kon instellen. Een faillissement heeft tot gevolg dat de bevoegdheid tot beheer en vereffening van de failliete boedel exclusief aan de curator toekomt (zie artikel 68, lid 1, FW). Desondanks blijft het bestuur van de failliete vennootschap bevoegd handelingen te verrichten namens die vennootschap, voor zover die losstaan van de genoemde bevoegdheden van de curator. Anders gezegd: als de handelingen niet (rechtstreeks) het vermogen van de failliete vennootschap raken, kan het bestuur die handelingen nog namens de vennootschap verrichten. De kwestie van de informatiebeschikking is daar een voorbeeld van. Het hoger beroep werd wel mede namens de werkmaatschappij ingesteld. Uit artikel 43 AWR lijkt overigens te volgen dat de curator eveneens bevoegd is in deze situatie beroep in te stellen. Verdere complicaties kunnen zich voordoen als blijkt dat het niet voldoen aan de informatieverplichting van artikel 47 AWR, met een informatiebeschikking ex artikel 52a AWR als gevolg, (mede) valt toe te rekenen aan de curator. 

De Holding en de dga hebben geprobeerd hun bevoegdheid om beroep in te stellen te baseren op artikel 26a, lid 2, AWR. Die poging was gedoemd te mislukken. Uit de uitspraak zelf blijkt dat deze partijen materieel gezien een groot belang hebben bij het van tafel krijgen van de informatiebeschikking. Het onherroepelijk worden daarvan kan allerlei vervelende gevolgen hebben voor de bestuurdersaansprakelijkheid. In formele zin werd echter slechts opgekomen tegen een informatiebeschikking en dan kan de betreffende AWR-bepaling niet van toepassing zijn. Het Hof probeerde de in beroep gekomen partijen nog tegemoet te komen door aan te nemen dat het beroep mede namens de (failliete) werkmaatschappij was ingesteld. Deze op zichzelf sympathieke redenering vindt geen genade bij de Hoge Raad, omdat de ‘wijziging of aanvulling van identiteit’ zich dan zou hebben voltrokken na het verstrijken van de beroepstermijn. Dat is tardief.

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2008-2012
Instantie
HR
Datum instantie
7 juli 2017
Rolnummer
16/05590
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:1234
Auteur(s)
Ton Tekstra
Blauw Tekstra Uding
NLF-nummer
NLF 2017/1688
Aflevering
20 juli 2017
Judoreg
NFB592
bwbr0002320&artikel=26,bwbr0002320&artikel=26a&lid=2,bwbr0002320&artikel=26a,bwbr0002320&artikel=43,bwbr0002320&artikel=52a&lid=1,bwbr0002320&artikel=52a

Naar de bovenkant van de pagina