Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(17)
  • Jurisprudentie(336)
  • Commentaar NLFiscaal(8)
  • Literatuur(27)
  • Recent(9)
  • Soft Law(10)

X (bv; belanghebbende) is ondernemer voor de btw en heeft tot doel de bemiddeling bij de handel, huur en verhuur van onroerende zaken en het exploiteren van een bedrijf op het gebied van assurantiën.

De heer A was tot 31 mei 2018 bestuurder van X. Op 21 november 2017 is het faillissement van A uitgesproken.

Op 9 november 2018 heeft X een operationele leaseovereenkomst gesloten met Y (bv; de lessor) voor de huur van een Opel Insignia Grand Sport 1.6 CDTi. In de leaseovereenkomst is A als berijder vermeld. X heeft van A geen vergoeding bedongen voor het gebruik van de auto en er zijn geen voorwaarden gesteld ten aanzien van het privégebruik van de auto door A. Vast staat dat hij de auto in het derde kwartaal van 2019 deels voor privédoeleinden heeft gebruikt en verder, dat hij de enige berijder van de auto was.

A was in 2019 niet in dienstbetrekking van X en evenmin was hij in dat jaar bestuurder of aandeelhouder van X. Voorts was hij in 2019 niet als btw-ondernemer aan te merken. Vanaf 1 januari 2020 is A in dienstbetrekking bij X.

Aan X zijn in het derde kwartaal van 2019 door de lessor vier facturen uitgereikt in verband met de huur van de auto. De facturen staan op naam van X onder de vermelding ‘t.a.v. de heer A’. Het adres van X is het factuuradres. Op de facturen is A als berijder vermeld. In totaal is in het derde kwartaal € 733 aan omzetbelasting door de lessor in rekening gebracht.

Bij Hof Arnhem-Leeuwarden is in geschil of X recht heeft op aftrek van omzetbelasting van deze € 733 die in verband met de huur van de auto aan haar in rekening is gebracht.

X beantwoordt deze vraag bevestigend en stelt dat de kosten om zakelijke redenen zijn gemaakt.

De Inspecteur beantwoordt de vraag ontkennend. Hij stelt primair dat de kosten niet om zakelijke redenen zijn gemaakt en subsidiair dat aftrek van omzetbelasting niet mogelijk is omdat sprake is van een relatiegeschenk dan wel een gift, en het BUA 1968 dan aftrek van omzetbelasting verhindert.

Het Hof stelt de Inspecteur in het gelijk en bevestigt de uitspraak van Rechtbank Gelderland. X heeft tegenover de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur, met enkel de verklaringen van A over de verrichte werkzaamheden, niet aannemelijk gemaakt dat de auto is gebruikt voor belaste handelingen.

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
Juli 2019 t/m 31 oktober 2019
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
7 juni 2022
Rolnummer
21/00388
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:4689
NLF-nummer
NLF 2022/1211
Aflevering
23 juni 2022
bwbr0002629&artikel=15,bwbr0002629&artikel=15

X