Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Bartjan R. Zoetmulder, belastingadviseur, is tax partner bij Loyens & Loeff. Bartjan is sinds 21 juni 2018 voorzitter van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB). Van 2008 tot 2016 was hij bestuurslid van de NOB. Fred van Horzen en Felix Peppelenbosch mochten hem interviewen.

‘Ik sta voor een pro-actieve opstelling van de NOB, over de volle breedte van de fiscaliteit.’ Toen u lid werd van de NOB, droomde u er toen van om op een dag voorzitter van de NOB te worden?

Ik zet me graag actief in voor alle clubs en verenigingen waar ik bij betrokken ben. In mijn studententijd was ik al voorzitter van de Groninger Fiscale Eenheid, de studievereniging voor studenten fiscaal recht en fiscale economie. Verder ben ik ook jarenlang coach van de hockey- en cricketteams van mijn zonen geweest. Ik heb er een hekel aan als mensen vanaf de zijlijn wel commentaar hebben, maar zelf niks doen. Ik ben ook politiek geëngageerd en volg dagelijks de actuele discussies en ontwikkelingen over fiscale onderwerpen in de breedste zin des woords.

Op 21 juni 2018 ben ik door de algemene ledenvergadering van de NOB benoemd. Het NOB-bestuur is overigens niet nieuw voor me. Ik ben van 2008 tot 2016 bestuurslid geweest van de NOB. Daarnaast was ik de afgelopen jaren, tot 2018, voorzitter van de kerngroep Nederland Investeringsland. Ook was ik voorzitter van de commissie Internationale Fiscale Zaken van de NOB. Het is eigenlijk de bedoeling dat NOB-bestuurders zich na acht jaar terugtrekken, maar toen werd ik voor deze functie benaderd door Frits Sobels (de voormalig directeur van de NOB die vorig jaar met pensioen is gegaan). Ik ken de NOB dus goed en ik heb ook al vele contacten gehad met de externe partijen waarmee wij als beroepsvereniging te maken hebben: het ministerie van Financiën, de Belastingdienst, het parlement, het internationale bedrijfsleven, de EU en de OESO, de NGO’s en de pers. Ik heb mijn ondervraging door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies als een soort toetssteen gehanteerd voor de vraag of ik voorzitter zou willen worden. Die ondervraging verliep goed, dus stelde ik mij kandidaat voor het voorzitterschap. Het voorzitterschap is nieuw voor me, maar mijn bestuurlijke ervaring uit eerdere jaren gaan me zeker helpen. Als voorzitter kan ik ook meer naar buiten toe optreden om de belangen van de NOB te behartigen en dat zal ik uiteraard met volle overtuiging doen.

De opstelling van het ministerie van Financiën richting belastingadviseurs lijkt zich te verharden. Ervaart u dat ook en zo ja, ziet u een rol voor uzelf/de NOB om te proberen de relatie te normaliseren?

De relatie tussen de Belastingdienst en belastingadviseurs en belastingplichtigen lijkt zich inderdaad te verharden, maar dat is niet het geval met de NOB-relatie met het ministerie van Financiën. Wel zijn de contacten wat formeler geworden. Voorheen werd de NOB vaker al in de oriëntatiefase bij bepaalde zaken betrokken. Nu lijken zaken soms al in Brussel of Den Haag concreet beslist en ligt de nadruk alleen nog op de implementatie.

We zijn meer dan dertig jaar geleden begonnen met onze Commissie Wetsvoorstellen, die vanuit de vaktechniek en vanuit de praktijk fiscale wetsvoorstellen van uitvoerig commentaar voorziet. Een kleine tien jaar geleden werd, mede op verzoek van het ministerie van Financiën, de kennis binnen de NOB op het gebied van internationaal belastingrecht gebundeld in de Sectie Internationale Fiscale Zaken. Daardoor zijn we geleidelijk aan steeds meer aan de voorkant van het wetgevingsproces betrokken geraakt, zeker waar het de implementatie van OESO- en EU-regelgeving betreft. Het ministerie was op zoek naar een gesprekspartner om voorafgaand te toetsen hoe één en ander de praktijk raakt en hoe zich dat verhoudt tot het vestigingsklimaat.

Bij de Belastingdienst hoor je steeds vaker het standpunt dat belastingadviseurs de grenzen van de wet verkennen. Het komt regelmatig voor dat de Belastingdienst start met het opleggen van een boete, zelfs als sprake is van een pleitbaar standpunt en vervolgens kan dan verder worden gepraat. In feite is er dan sprake van omgekeerde grensverkenning en dat behoort ons inziens niet tot een behoorlijke taakuitoefening van een overheidsinstantie als de Belastingdienst. De NOB heeft daarom de kerngroep Rechtsbescherming en Rechtszekerheid in het leven geroepen.

‘De rechtsbescherming voor belastingbetalers is op dit moment een ondergeschoven kindje geworden door alle aandacht voor belastingontwijking van multinationals’, zei Arjo van Eijsden – voorzitter van de kerngroep – op 27 juli 2018 tegen het FD.

De kerngroep heeft een lijstje met hiaten in de belastingen opgesteld. Bovenaan staat het tekort aan rechtsbescherming bij internationale gegevensuitwisseling, het gebrek aan vooroverleg met de fiscus voor mkb en particulieren, de onbereikbaarheid van de belastingtelefoon en de bestaande regeling voor de belastingrente. Er zijn nog meer zaken, maar dit zijn wel de kernpunten. De doelstellingen van deze kerngroep gaan een belangrijk speerpunt van de NOB worden.

De belastingadviseurs maken zich zorgen over de afgenomen toegankelijkheid van de Belastingdienst voor vooroverleg. Het belastingstelsel is complexer geworden en dat vereist meer maatwerk. Vooral het midden- en kleinbedrijf en zelfstandigen zonder personeel zijn hiervan de dupe. Voor hen is het heel moeilijk om gehoor te vinden bij de Belastingdienst. Ik vind dat er op dit moment een onbalans is tussen de macht van de overheid en de belastingbetaler. Vandaar dat het Tax Charter voor belastingplichtigen dringend gewenst is. De Code of Conduct van de NOB, die in de afgelopen jaren een aantal keer is aangescherpt, zou ook een positieve invloed moeten hebben op de relatie met de Belastingdienst. De NOB ziet de belastingadviseur als meest gerede partij om zijn of haar klant te wijzen op de maatschappelijke aspecten van voorgenomen transacties. Denk daarbij aan zaken als ‘double non taxation’ zonder economische realiteit. Gekunstelde constructies zijn in ieder geval niet meer van deze tijd.

Wat is uw belangrijkste doelstelling voor uw voorzitterschap?

De belangrijkste doelstelling is om als NOB op een aantal gebieden pro-actiever te zijn. Onder leiding van de vorige voorzitter, Maurice de Kleer, lag de focus met name op de NOB zelf, zo zijn er weer een aantal nieuwe vaktechnische secties en commissies gevormd en is veel aandacht besteed aan het beroep van belastingadviseur in algemene zin. Maurice heeft de weg geplaveid die het nu mogelijk maakt om de focus van de NOB meer extern te leggen. Belastingen zijn de afgelopen jaren steeds meer onderwerp van een breed maatschappelijk debat geworden, met deelnemers die uiteenlopende belangen en wensen hebben. In dat debat wilden we als NOB een zichtbare en herkenbare rol spelen. Daarbij hebben wij onszelf wel de vraag gesteld wat onze rol dan zou moeten inhouden. In de talloze gesprekken die we hierover het afgelopen jaar met NOB-leden en overige stakeholders hebben gevoerd bleek één ding overduidelijk: vrijwel iedereen vindt dat we onze maatschappelijke rol serieus moeten nemen. Sterker nog: de externe stakeholders, dus de niet-NOB leden aan wie we dezelfde vraag voorlegden, vinden zelfs in grote meerderheid dat de NOB gezien haar statuur, kennis en kunde soms wel wat nadrukkelijker van zich mag laten horen. Zo is het nu ook opgenomen in onze strategie voor de komende drie jaar: de NOB levert, gevraagd en ongevraagd en op elk moment, bijdragen aan de discussie over belastingen. We doen dat vanuit de inhoud en vanuit onze praktijkervaring en op een zo breed mogelijk fiscaal terrein. Als fiscale denktank stellen wij onze expertise ter beschikking aan iedereen die daaraan behoefte heeft. Maar verbreding betekent ook dat de NOB nog meer een beroep op de leden zal gaan doen. Op dit moment heeft de NOB ongeveer 350 actieve tot zeer actieve leden in commissies, secties en besturen. Er komen meer onderwerpen op tafel, we zullen vaker gevraagd of ongevraagd commentaar gaan leveren op fiscale wetgeving of op implementatie van internationale richtlijnen, we zullen vaker meepraten, we gaan vaker alternatieve oplossingen aandragen. We hebben de vaktechnische secties en commissies gevraagd om met een wensenlijst te komen waar we zelf als NOB prioriteit aan zouden moeten geven. Die input zijn we nu aan het inventariseren en aan de hand van die inventarisatie gaan we concrete zaken agenderen. Gelet op de hoeveelheid aan wetsvoorstellen die dit najaar worden ingediend, zal dit najaar het primaat bij de Commissie Wetsvoorstellen liggen.

Een misverstand dat ook moet worden rechtgezet is dat de NOB er alleen voor de multinationals is. De NOB heeft 5.200 leden, waarvan de helft niet bij de Big Four werkt. En ook bij de Big Four werkt men niet uitsluitend voor multinationals. Ik sta dus voor een proactieve opstelling van de NOB, over de volle breedte van de fiscaliteit.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting?

De NOB is niet per se voor of tegen afschaffing van de dividendbelasting. De ene cliënt zal er baat bij hebben, maar de andere niet. Wat mij betreft liggen er twee keuzes op tafel: afschaffen of aanpassen, waarbij de aanpassing zou kunnen bestaan uit het beperken van het rondpompeffect dat zich nu in binnenlandse situaties voordoet. Ik heb positieve reacties ontvangen over het feit dat de NOB ook alternatieven voor de afschaffing heeft aangedragen. Het is zaak om de pro’s en contra’s van afschaffing en de alternatieven te benoemen en om op basis daarvan tot een weloverwogen keuze te komen, een keuze die tot zo min mogelijke budgettaire verstoring zal leiden.

Wat vindt u van de kritiek van sommige fiscale woordvoerders in de Tweede Kamer dat de NOB te veel en buiten het directe zicht van het parlement invloed probeert uit te oefenen op wetgeving en beleid van het ministerie van Financiën?

Dat vind ik een onterecht punt. Kijk bijvoorbeeld eens naar de recente antwoorden van staatssecretaris Menno Snel van Financiën op Kamervragen van Renske Leijten van de SP over de invloed van Deloitte, KPMG, EY en PwC op Europees niveau op belastingbeleid en belastingontwijking. Deze vragen zijn gesteld naar aanleiding van het onderzoek van Corporate Europe Observatory over de wijze waarop de Big Four het beleid van de EU beïnvloeden. Het rapport van de Corporate Europe Observatory stelt in grote lijnen dat de Big Four niet de mogelijkheid zouden moeten hebben om onderzoeken te verrichten of adviezen uit te brengen voor de beleidsbepaling en besluitvorming van de Europese Commissie op het gebied van het bestrijden van belastingontwijking.

Snel geeft in zijn antwoorden op de Kamervragen aan dat hij hier heel anders over denkt. Hij vindt het juist belangrijk dat bij de vormgeving van fiscaal beleid en bij de totstandkoming van fiscale wetgeving, zowel internationaal als nationaal, gesproken wordt met partijen die met het beleid en de wetgeving in de praktijk in aanraking komen, zoals adviseurs, bedrijfsleven, NGO’s en burgers en bij hen advies wordt ingewonnen, bij voorkeur door tussenkomst van overkoepelende organisaties als bijvoorbeeld de NOB. Technische ondersteuning is nodig en kan bij uitstek door de NOB worden gegeven, gegeven onze technische kennis en ervaring op alle onderdelen van de fiscaliteit. Wij stellen onze technische kennis graag ter beschikking aan alle betrokkenen die daarin geïnteresseerd zijn. Na Prinsjesdag heeft de Commissie Wetsvoorstellen bijvoorbeeld een sessie georganiseerd waarbij de fiscale woordvoerders uit de Tweede Kamer zijn uitgenodigd.

Vindt u dat het NOB-lidmaatschap ook open zou moeten kunnen staan voor mensen die werkzaam zijn in de fiscale praktijk, maar die niet noodzakelijkerwijs over een academische graad beschikken (IT/data analisten enz.)?

De NOB is de beroepsvereniging van universitair opgeleide belastingadviseurs in Nederland. Een beroepsvereniging die al sinds 1954 de belangen van de leden behartigt en de beoefening van het belastingrecht bevordert. De vraag wie lid kan worden is een actueel onderwerp binnen de NOB. We hebben het dan over de zogenoemde para-fiscalisten. Er zijn steeds meer mensen zonder fiscale achtergrond werkzaam in de fiscale praktijk. De discussie die speelt is: wat is nu een belastingadviseur?

Neem bijvoorbeeld IT-specialisten. Zij geven geen advies en zijn dus geen belastingadviseur als bedoeld in onze statuten. Toch spelen ze een belangrijke rol op de advieskantoren. De vraag is dus of deze mensen ook niet onder het tuchtrecht van de NOB zouden moeten vallen. We zijn daar nog niet uit, maar we zijn wel bezig om hier een modus in te vinden. Maar of niet-fiscalisten als ‘echte’ NOB’ers zouden moeten gaan kunnen functioneren en bijvoorbeeld de volledige opleiding voor aspirant-leden moeten gaan volgen, daar zijn we nog lang niet uit.

Hebt u uit hoofde van uw voorzitterschap ook overleg met het bestuur van andere beroepsorganisaties (bijvoorbeeld accountants, advocaten, notarissen enz.). Zijn er opvallende verschillen met zaken die daar spelen?

Sinds mijn aantreden als voorzitter van de NOB ben ik begonnen aan een rondje langs de diverse beroepsverenigingen, en natuurlijk heb ik ook contact met het Register Belastingadviseurs. En uiteraard trekken we op sommige terreinen ook wel samen op. Neem bijvoorbeeld onze gezamenlijke brandbrief van 14 maart 2018 aan het kabinet. In deze brief hebben vier beroepsorganisaties van fiscalisten, accountants en administratieve dienstverleners – NOAB, RB en SRA en NOB – bij minister Hoekstra en staatssecretaris Snel van Financiën spoedeisende aandacht gevraagd voor de negatieve gevolgen voor het mkb van een aantal fiscale maatregelen uit het regeerakkoord van het kabinet Rutte III. De NOB en de andere organisaties pleiten voor een heroverweging en aanpassing van de maatregelen. Zo kan worden voorkomen dat het mkb – in tegenstelling tot de rest van werkend Nederland – niet meedeelt in de fiscale lastenverlichting of zelfs nadeel lijdt.

Op een aantal onderwerpen is gezamenlijk optrekken dan ook heel goed mogelijk. Ik wil hierbij nog even kort ingaan op het vermeende verschil tussen het RB en de NOB. Het RB profileert zich als ‘de adviseur van het mkb’, maar dat is een schijntegenstelling. Zoals ik al aangaf, houdt ongeveer de helft van onze 5.200 leden zich bezig met het adviseren van het mkb. De NOB is er dus nadrukkelijk ook voor het mkb en niet uitsluitend voor multinationals of vermogende particulieren.

Ziet u op termijn een samensmelting van de NOB en het RB plaatsvinden?

Ik zie dat voorlopig in ieder geval niet gebeuren. De NOB accepteert alleen academisch opgeleide fiscalisten. Een ander verschil is dat het RB een vaktechnisch bureau heeft waar leden met hun vaktechnische vragen terecht kunnen, maar de NOB niet. NOB-kantoren hebben de vaktechniek doorgaans zelf intern geregeld. De rol van de diverse vaktechnische commissies binnen de NOB is een geheel andere dan bij het RB. Ik vind het wel belangrijk als we de komende jaren tot meer gemeenschappelijke standpunten met het RB zien te komen. Ik verwijs hierbij nog even aan de zojuist door mij aangehaalde ‘mkb-brief’ aan het kabinet.

Een jaar of twintig geleden was het min of meer standaard dat Inspecteurs overstapten. Tegenwoordig lijkt een tegenovergestelde beweging gaande: (ervaren) belastingadviseurs die overstappen naar de Belastingdienst. Hoe kijkt u tegen deze beweging aan? Zou u het toejuichen als meer Inspecteurs/mensen van het ministerie van Financiën vaker de overstap naar de adviespraktijk zouden maken?

Dit zou voor de adviespraktijk zeer nuttig zijn. Zeker in de huidige tijd is dit nodig omdat je moet weten wat er over en weer speelt. Dat komt de kwaliteit alleen maar ten goede. De Belastingdienst kende lange tijd een vacaturestop en toen kwam in 2016 ook nog eens de vertrekregeling van toenmalig VVD-staatssecretaris van Financiën, Erik Wiebes. De Belastingdienst kan op dit moment ook goede mensen gebruiken. En omgekeerd is er in de belastingadviespraktijk ook behoefte aan mensen die ‘aan de andere kant’ hebben gewerkt. Ik vind het op zich een goede zaak als fiscalisten over en weer kunnen overstappen.

Zou u er een voorstander van zijn als Nederland in navolging van Australië het instituut van de Inspector General zou invoeren?

Dit is een interessant idee. Zeker als dit een instantie is die zou kunnen bijdragen aan het geolied houden van de relaties tussen de adviespraktijk, de Belastingdienst en het politieke toezicht op de uitvoering.

Hoe ziet u de toekomst van het beroep van belastingadviseur?

De aard van de werkzaamheden verandert enorm. De NOB krijgt veel meer de taak om belastingplichtigen door het oerwoud heen te loodsen. De regelgeving wordt complexer en complexer. Cliënten willen compliant zijn en niet achteraf worden afgerekend door de fiscus.

In deze periode wordt bewust gekozen voor open normen. Advisering is niet meer ‘rule-based’. Specialismes worden steeds belangrijker. Een ander aspect is dat belastingadviseurs steeds meer te maken krijgen met nieuwe dimensies. Neem bijvoorbeeld de steeds groter wordende rol van de social media. Het beroep van belastingadviseur zal dan ook zeker niet verdwijnen.

In mijn jaarrede heb ik hier het volgende over gezegd:

‘Om van mijn kant even op de zaken vooruit te lopen: natuurlijk gaan we Europa overleven. We gaan nog wel meer overleven. Zoetmulder senior voorspelde meerdere malen het einde van het beroep van belastingadviseur en leek zich even in goed gezelschap te bevinden toen Willem Vermeend dat ook riep bij de invoering van het boxenstelsel. Maar zij weten inmiddels wel beter en bij de NOB dachten we er al langer anders over. We hebben immers al een tijdje een van de meest gewilde beroepen die er zijn en het ledental is afgelopen anderhalf jaar weer met 200 toegenomen. Allemaal hooggeschoolde belastingadviseurs. Ondernemingen en ook andere belastingplichtigen willen compliant zijn – en wij kunnen ze daar bij uitstek mee helpen. De fiscale regelgeving is onwaarschijnlijk complex – en dat lijkt alleen maar erger te worden. Zeker nu Europa er weer een schepje bovenop heeft gedaan en het kabinet voor een Nederlandse kop op de Europese wetgeving lijkt te gaan. Daardoor kan ook dubbele heffing ontstaat en daar hebben wij, voor onze cliënten, ook mee te dealen. Het vak wordt breder en die uitdaging maakt mij, als NOB-voorzitter, alleen maar meer overtuigd van het nut en de noodzaak van ons beroep. Ik weet het zeker: die derde-generatie-fiscalist, die gaat het nog druk krijgen.’ Indien het mogelijk zou zijn om terug in de tijd te reizen, zou u dan met de kennis van nu opnieuw voor een fiscale opleiding kiezen?

Uiteraard. Ik heb de fiscaliteit van huis uit meegekregen. Mijn vader was fiscalist bij Caron & Stevens. Hij is in 1999 met pensioen gegaan. Wat mij aanspreekt in de fiscaliteit is dat het vak constant verandert. In het civiele recht hebben ze begin jaren ’90 van de vorige eeuw het Nieuwe BW gekregen en daarna is het BV-recht nog een keer aangepast. Dat was het wel zo’n beetje. Binnen de fiscaliteit vinden er jaarlijks meerdere ingrijpende wetswijzigingen plaats. Je hebt een constante stroom jurisprudentie en beleidsbesluiten en natuurlijk ook nog de internationale dynamiek, bijvoorbeeld vanuit de EU. Het fiscale recht is in mijn beleving een driedimensionale puzzle. Je hebt inzicht nodig in techniek, je moet juridische vaardigheid hebben en je moet kunnen lezen. Kortom, als fiscalist heb je het mooiste vak dat bestaat.

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Fred van Horzen
Meijburg & Co
Felix Peppelenbosch
NLFiscaal
NLF-nummer
NLF Opinie 2018/48
Judoreg
NFB2202
Publicatiedatum
20 september 2018

X