Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(370)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(2)
  • Recent(17)

De Inspecteur heeft aan X (bv; belanghebbende) voor de jaren 2012, 2013, 2014, 2015 en 2016 navorderingsaanslagen vpb opgelegd. Bij de navorderingsaanslagen voor de jaren 2013, 2014, 2015 en 2016 zijn vergrijpboetes opgelegd. X heeft beroep ingesteld.


Rechtbank Den Haag verklaart het beroep ten aanzien van het jaar 2012 niet-ontvankelijk omdat op het bezwaar tegen de navorderingsaanslag voor dat jaar door de Inspecteur geen uitspraak is gedaan, en gesteld noch gebleken is dat de Inspecteur dienaangaande in gebreke is gesteld.


X stelt dat zij geen onderdeel uitmaakt van een fiscale eenheid met Y (bv), zodat de navorderingsaanslagen ten onrechte aan haar zijn opgelegd. Dat deze fiscale eenheid niet tot stand zou zijn gekomen of is verbroken maakt X echter niet aannemelijk. De Rechtbank is van oordeel dat de navorderingsaanslagen voor de jaren 2013, 2014, 2015 en 2016 terecht zijn opgelegd aan X als moedermaatschappij van de fiscale eenheid met Y. Gelet op het verschil tussen aangegeven omzet en op de bankrekening ontvangen bedragen is de vereiste aangifte niet gedaan. X voldoet niet aan de op haar rustende verzwaarde bewijslast. De Inspecteur heeft de navorderingsaanslagen op een redelijke schatting gebaseerd. De navorderingsaanslagen zijn terecht en niet op te hoge bedragen vastgesteld.


De Rechtbank acht vergrijpboetes van 50% van de te weinig geheven belasting passend en geboden. Ambtshalve ziet de Rechtbank in de duur van de procedure aanleiding om de boetes te matigen met 15%.

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2012-2016
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum instantie
5 oktober 2021
Rolnummer
20/4647;20/4648;20/4649;20/4650;20/4651
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:11216
NLF-nummer
NLF 2021/2088
Aflevering
4 november 2021
bwbr0002320&artikel=27e

X