Direct naar content gaan

Samenvatting

X (bv; belanghebbende) verkoopt onder de naam ‘Gladskin’ producten die worden toegepast in geval van huidaandoeningen zoals eczeem, acne, rosacea en andere huidirritaties zoals jeuk en roodheid waarbij de aanwezigheid van de Staphylococcus aureus-bacterie een rol speelt. In geschil is of op de levering van de producten het verlaagde btw-tarief mag worden toegepast.

Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de producten niet onder tabel I, post a.6, Wet OB 1968 vallen, reeds omdat voor die producten geen handelsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 1, onderdeel lll, Geneesmiddelenwet. Evenmin zijn het producten waarvoor geen handelsvergunning is vereist ingevolge de Geneesmiddelenwet.

De Rechtbank heeft het betoog van X verworpen dat sprake is van schending van de fiscale neutraliteit omdat diverse niet receptplichtige geneesmiddelen wel onder voornoemde tabelpost vallen. Nu de producten van X niet aan de in de Geneesmiddelenwet gestelde vereisten voldoen en de producten ook niet als geregistreerde geneesmiddelen aan klanten worden gepresenteerd, is niet alleen het rechtskader en het rechtsregime waaronder zij vallen verschillend, maar is er ook geen sprake van een vergelijkbaar gebruik.

Met betrekking tot (niet receptplichtige) homeopathische geneesmiddelen heeft X evenmin aannemelijk gemaakt dat sprake is van vergelijkbare producten. Voor homeopathische geneesmiddelen is de werking immers wetenschappelijk onbewezen, terwijl de Gladskin-producten een bewezen werking hebben.

Hof Den Haag heeft in hoger beroep het oordeel van de Rechtbank bevestigd dat het algemene tarief op de levering van de producten van toepassing is. Het gelijk wat betreft de tarifering is aan de zijde van de Inspecteur. Tegen dit oordeel heeft X cassatieberoep ingesteld. In deze conclusie onderzoekt A-G Ettema of het verlaagde tarief kan worden toegepast.

De A-G meent dat de producten niet direct onder tabel I, post a.6, Wet OB 1968 vallen.

Zij is evenwel van mening dat de lidstaten bij het vaststellen van regels die uitvoering geven aan de Btw-richtlijn altijd de algemene rechtsbeginselen in acht moeten nemen, waaronder ook het evenredigheidsbeginsel. Daarom moet ook voor regels die een verlaagd tarief invoeren worden nagegaan of deze maatregelen evenredig zijn.

De A-G stelt verwijzing voor.

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
1e kwartaal 2018
Instantie
A-G
Datum instantie
30 juni 2022
Rolnummer
20/04306
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:645
Auteur(s)
John Gruson
Deloitte/Erasmus Universiteit Rotterdam
NLF-nummer
NLF 2022/1585
Aflevering
18 augustus 2022
bwbr0002629&artikel=9,bwbr0002629&artikel=9

Naar de bovenkant van de pagina