Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(507)
  • Commentaar NLFiscaal(2)
  • Literatuur(11)
  • Recent(26)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

X (belanghebbende) ontving in de jaren 2014-2016 alimentatie door middel van een rechtstreekse doorbetaling door het Pensioenfonds ABP van een gedeelte van het netto-pensioen van haar ex-partner. X heeft de alimentatie niet aangegeven. Bij de behandeling van de aangifte IB/PVV 2017 van de ex-partner is de Inspecteur bekend geworden met de door X genoten alimentatie. Hij heeft bij X met navorderingsaanslagen 2014 tot en met 2016 voor alle jaren een alimentatie van € 3.184 in aanmerking genomen. X heeft beroep (ongegrond) en hoger beroep ingesteld.

Hof Den Haag oordeelt dat voor de onderhavige jaren de aangiften en het dossier van X de Inspecteur redelijkerwijs geen aanleiding gaven tot een onderzoek buiten dat dossier. De Inspecteur heeft geen ambtelijk verzuim begaan en beschikt voor de onderhavige jaren over het voor navordering vereiste nieuwe feit.

X klaagt volgens het Hof terecht over het oordeel (ten overvloede) van de Rechtbank dat sprake is van kwade trouw aan de zijde van X. De Inspecteur heeft dit niet gesteld zodat de Rechtbank op dit punt buiten de rechtsstrijd is getreden. Tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank leidt dit niet, nu het Hof van oordeel is dat de Inspecteur beschikt over een nieuw feit en navordering dus op die grond is toegestaan.

Voor de vraag of sprake is van een nieuw feit is niet van belang of de Inspecteur reeds de beschikking had over de gegevens uit de aangiften IB/PVV van de ex-partner, omdat hij deze bij de aanslagregeling van X niet hoefde te raadplegen. Stukken die niet van belang zijn voor de beslechting van de geschilpunten behoren niet tot de zaakstukken (vgl. HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:672 en HR 25 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:995).

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2014-2016
Instantie
Hof Amsterdam
Datum instantie
3 november 2021
Rolnummer
21/00789; 21/00790; 21/00791; 21/00792
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:4102
NLF-nummer
NLF 2022/0033
Aflevering
6 januari 2022
bwbr0002320&artikel=16

X