Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(4)
  • Jurisprudentie(56)
  • Commentaar NLFiscaal(6)
  • Literatuur(5)
  • Recent(3)

X (belanghebbende) heeft een door hem in 2010 aangekochte woning zeer ingrijpend gerenoveerd en verbouwd en de kosten daarvan ad € 2.926.627 gefinancierd met een lening. In geschil is in hoeverre de verbouwingslening is aan te merken als een schuld die is aangegaan ter verbetering of onderhoud van de woning. De Inspecteur heeft het bedrag van ruim € 2,9 miljoen aanvankelijk – ter behoud van rechten – geheel gecorrigeerd. Bij uitspraak op bezwaar heeft hij van de correctie bijna € 2,2 miljoen teruggenomen.


Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant gaat de Inspecteur uit van een te beperkte uitleg van ‘schulden die zijn aangegaan voor verbetering of onderhoud van de woning’. Het standpunt dat daaronder niet kunnen worden begrepen schulden die zijn aangegaan voor verbetering of onderhoud van de woning voor zover sprake is van ‘huurderslasten’ vindt geen steun in de wettekst of de wetsgeschiedenis.


Dit neemt niet weg dat niet elke ‘onroerende uitgave’ zonder meer een uitgave voor onderhoud of verbetering van een eigen woning hoeft te zijn. In dit geval gaat het echter om een zeer omvangrijke verbouwing, inclusief nieuwe aanleg en inrichting van de tuin. Het past daarbij niet om voor elke ‘onroerende uitgave’ afzonderlijk te toetsen of sprake is van onderhoud of verbetering. Dat doet namelijk geen recht aan het feit dat zo’n verbouwing in zijn geheel moet worden bezien (complexgedachte). Het gelijk is volgens de Rechtbank aan X.


Het corrigeren door de Inspecteur in de aanslagfase van het volledige bedrag is in de omstandigheden van dit geval zowel ernstig onzorgvuldig als tegen beter weten in. De Rechtbank ziet hierin aanleiding een buitenforfaitaire vergoeding van de kosten in de bezwaarfase toe te kennen van € 2.500.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2013
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
11 november 2021
Rolnummer
19/318
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2021:5709
bwbr0011353&artikel=3.120

X