Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(736)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(3)
  • Recent(14)

De WOZ-waarde van de woning van X (belanghebbende) is per waardepeildatum 1 januari 2019 vastgesteld op € 718.000. X bepleit een waarde van € 610.000. De Heffingsambtenaar van de gemeente Den Bosch verwijst ter onderbouwing van de vastgestelde waarde (€ 718.000) naar de getaxeerde waarde (€ 729.000), zoals opgenomen in een taxatieverslag.


X betoogt volgens Rechtbank Oost-Brabant terecht dat de Heffingsambtenaar het indexeringspercentage om de waarde van de referentieobjecten op de waardepeildatum te bepalen, niet inzichtelijk heeft gemaakt. De berekening op basis van permanente marktanalyse (PMA) voldoet niet. Er is sprake van een zogenoemde ‘black box’.


De Rechtbank ziet overigens niet in waarom de Heffingsambtenaar in deze zaak niet de gevraagde data heeft verstrekt, nu dat kennelijk wel mogelijk is geweest in andere zaken.


Aangezien beide partijen de door hen verdedigde waarden niet aannemelijk hebben gemaakt, is het beroep gegrond. De Rechtbank stelt de waarde in goede justitie vast op € 700.000.

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2020
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum instantie
8 oktober 2021
Rolnummer
20/2858
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2021:5404
NLF-nummer
NLF 2021/2150
Aflevering
11 november 2021
bwbr0007119&artikel=17

X