Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Het kabinet en de sociale partners hebben definitief overeenstemming bereikt over de uitwerking van het pensioenakkoord. Daarmee is een belangrijke mijlpaal bereikt op weg naar een nieuw pensioenstelsel.

Het nieuwe stelsel wordt transparanter. Werkenden en gepensioneerden krijgen duidelijker inzicht in het opgebouwde vermogen. Het geeft daarnaast een realistische verwachting en biedt meer perspectief op een koopkrachtig pensioen. De pensioenaanspraken uit het huidige stelsel worden losgelaten, waarmee de noodzaak voor het gebruik van rekenrente en dekkingsgraden komt te vervallen. Pensioenen en uitkeringen kunnen daardoor eerder meebewegen met de stand van de economie dan nu het geval is. Niet alles wordt overigens anders. Veel goede zaken uit het oude stelsel blijven behouden, zoals solidariteit, collectief beleggen en de huidige verplichtstelling.

Overgang

De nieuwe regels gaan gelden voor alle pensioenen. Om ervoor te zorgen dat de overgang eerlijk verloopt, wordt goed gekeken hoe het voor verschillende groepen uitpakt. Deelnemers krijgen inzicht in de hoogte van hun verwachte pensioen vóór en na de overgang. Bij eventueel nadeel worden deelnemers adequaat gecompenseerd. Pensioenfondsen moeten uiterlijk per 1 januari 2026 over naar het nieuwe stelsel.

Totaalpakket

In het pensioenakkoord is – naast de aanpassingen van het pensioen dat werknemers via hun werkgever opbouwen – een totaalpakket aan maatregelen afgesproken waarmee de oudedagsvoorziening in Nederland op veel punten wordt verbeterd.

Zo zijn onder meer afspraken gemaakt over het tempo waarmee de AOW-leeftijd omhoog gaat. In 2020 en 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Hierna stijgt de AOW-leeftijd met 3 maanden per jaar, tot 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd niet 1 jaar per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar meer in balans.

De kogel is door de kerk

De kogel is dan eindelijk door de kerk. Ook het FNV-ledenparlement ging akkoord met de uitwerking van het pensioenakkoord zoals is overeengekomen door kabinet en sociale partners op 12 juni 2020. Voor de goede orde en ter voorkoming van misverstand; ik ben blij met het akkoord en het nieuwe ‘doorontwikkelde’ contract. Geen schijnzekerheid meer, maar een contract dat belooft wat het doet en doet wat het belooft. Wat dat betreft niets dan waardering voor de onderhandelaars die bereid waren over hun schaduw heen te stappen en heilige huisjes als rekenrente (Koolmees) en aanspraken (FNV) los te laten, zodat er afgelopen februari een doorbraak kwam. 

Maar dat wil niet zeggen dat het vanaf nu een gelopen koers is. Er zijn nog vele hobbels te overwinnen en diverse valkuilen staan wagenwijd open. De meest prangende is de invaarmethodiek. Dat er in beginsel moet worden ingevaren, staat vast. Alleen wanneer invaren tot onevenredig nadeel leidt voor (een deel van) de belanghebbenden, kan een pensioenfonds – na afstemming met sociale partners – onderbouwd afwijken van het standaard transitiepad. Maar daarmee is niet gezegd op welke wijze de bestaande aanspraken en rechten moeten worden omgerekend naar de nieuwe contracten. Het kabinet gaat voorschrijven op welke manier bestaande aanspraken en rechten worden omgerekend, maar pensioenfondsenbesturen houden de verantwoordelijkheid en de vrijheid om te bepalen wat een evenwichtige uitkomst is. En dat is geen gemakkelijk vraagstuk. Want in feite komt het neer op de vraag: ‘Hoe verdelen we de huidige tekorten in de dekkingsgraden over jong en oud?’

Rubriek(en)
Pensioen
Belastingtijdvak
2020 e.v.
Instantie
Ministerie van Sociale Zaken
Datum instantie
4 juli 2020
Auteur(s)
Herman Kappelle
Aegon adfis
NLF-nummer
NLF 2020/1590
Aflevering
16 juli 2020
Judoreg
NFB3581

X