Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(1)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(1)

X (belanghebbende) is per 15 april 2005 bestuurder en enig aandeelhouder van vennootschap A, die op haar beurt weer bestuurder en enig aandeelhouder van B is. De vennootschappen A en B vormen sinds die datum een fiscale eenheid voor de omzetbelasting.

Aan de fiscale eenheid is een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd (tijdvak van 1 januari 2006 tot en met 31 maart 2010). De Inspecteur heeft het nultarief voor intracommunautaire leveringen van auto’s door B geweigerd, omdat de fiscale eenheid volgens de Inspecteur wist of had moeten weten dat zij deelnam aan een keten waarin btw-fraude werd gepleegd.

A en B zijn aansprakelijk gesteld voor de onbetaald gebleven naheffingsaanslag omzetbelasting van de fiscale eenheid.

X is bij beschikking van 4 februari 2020 op grond van artikel 36b IW 1990 aansprakelijk gesteld voor de aansprakelijkheidsschulden van A en B. X heeft beroep ingesteld.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de vordering van de Ontvanger niet is verjaard.

De Ontvanger kan door gewekt vertrouwen niet terugkomen op de rechtsgeldigheid van meldingen van betalingsonmacht van A en B.

Volgens de Rechtbank is geen sprake van onbehoorlijk bestuur. De Ontvanger heeft niet aannemelijk gemaakt dat X met het tussenschuiven van een Estlandse vennootschap kon of had moeten weten dat de levering aan die vennootschap een binnenlandse levering was en het nultarief niet van toepassing was. De Rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat, gelet op de procedure inzake de naheffingsaanslag, dit fiscaalrechtelijk niet eenvoudig te duiden was en X weliswaar een ervaren autohandelaar is, maar geen omzetbelastingspecialist. Tevens heeft X hierover advies ingewonnen van een externe belastingadviseur. De beschikking aansprakelijkstelling wordt vernietigd.

Rubriek(en)
Invordering
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2006-2010
Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum instantie
26 april 2022
Rolnummer
20/3673
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:2142
NLF-nummer
NLF 2022/1179
Aflevering
16 juni 2022
bwbr0004770&artikel=36b,bwbr0004770&artikel=36b

X