Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Samenvatting

NLFiscaal interviewt Tweede Kamerleden die het fiscaal voor het zeggen hebben. In dit interview gaat Arthie Schimmel in gesprek met Inge van Dijk (CDA, 14 zetels), die sinds maart 2021 in de Tweede Kamer zit. Haar vorige loopbaan speelde zich in de bankensector af. Vlak voor haar Kamerlidmaatschap was zij wethouder Financiën, Economische Zaken, Vastgoed, Bouwgrondexploitatie enz. van de gemeente Gemert-Bakel. Als kersvers Kamerlid zat zij aan de financiële tafel van het regeerakkoord.

‘Mijn agenda is versimpelen en de menselijke maat terugbrengen.’

Hoe bent u aan de fiscale portefeuille gekomen? Worden er opleidingseisen gesteld?

In de beginperiode van de nieuwe fractie werd gekeken wat ieders affiniteit was. Ik heb een financiële achtergrond en het was daarom logisch dat ik de portefeuille financiën kreeg. Ik heb twintig jaar in de bankensector gewerkt in allerlei verschillende functies. Ik heb onder andere grootzakelijke klanten gefinancierd en de hypotheekketen gedigitaliseerd.

Hoe blijft u bij op het gebied van fiscaliteit?

In de eerste plaats volg ik de actualiteit en die is er heel veel op het gebied van belastingen. Daarnaast hebben we binnen het CDA een fiscale commissie waarin vijftien slimme fiscalisten zitten, mensen die een kantoor hebben, hoogleraar zijn, mensen die in het verleden veel met financiën en belastingen gedaan hebben. Met deze commissie hebben we één keer per kwartaal een overleg met een agenda waarop de actualiteit staat, maar ook onderwerpen die we verder willen uitdiepen. Bovendien heb ik een heel goede collega in de Eerste Kamer, Peter Essers, hoogleraar fiscaal recht in Tilburg. Eén van mijn ambities in de Tweede Kamer is dat ik mijn inbreng zo schrijf, dat iedereen kan begrijpen waar het over gaat. Een burger moet begrijpen wat wij beslissen.

Twintig jaar geleden is er een nieuw stelsel van inkomstenbelasting ingevoerd, de Wet IB 2001. Vindt u dat dat stelsel nog voldoet? Moet er een grote stelselwijziging komen of denkt u dat reparaties aan het huidige stelsel voldoen?

Hierover hadden we op 17 maart 2022 een commissiedebat met staatssecretaris Van Rij. Ik vind dat het belastingstelsel de baas geworden is over onze leefwereld. Een belastingstelsel zou om goed te kunnen functioneren begrijpelijk, eenvoudig in gebruik, rechtvaardig en betrouwbaar moeten zijn. Toen de Wet IB 2001 ingevoerd werd, was die begrijpelijk en evenwichtig, maar dat is nu niet meer het geval. Om een voorbeeld te noemen, ik vind het niet normaal dat mensen een belastingadviseur moeten inschakelen om hun belastingaangifte te doen, vooral als het om het eigen huis gaat. En wat onevenwichtigheid betreft, als je googelt op particulier vermogen in box 2, krijg je veel hits over spaar-bv’s om je spaargeld van box 3 over te brengen naar box 2. Dat voelt oneerlijk en bovendien kunnen mensen daardoor ook in aanmerking komen voor een toeslag, terwijl dat in box 3 niet kan. In mijn hart ben ik voor een grote stelselwijziging, maar dat is heel complex. Er worden nu gelukkig stappen genomen om het belastingstelsel te vereenvoudigen, zoals bij de toeslagen.

Wat de uitspraak van de Hoge Raad over de vermogensrendementsheffing betreft, Van Rij heeft als senator in 2017 in een motie gewaarschuwd dat het box 3-plan in het belastingplan 2018 slecht uitpakt voor kleine spaarders en voor mensen met een vermogen van meer dan € 100.000. In het coalitieakkoord staat dat de vermogensrendementsheffing van werkelijk rendement moet uitgaan. Voor mij is het belangrijk dat we kleine spaarders ontzien. Ik noem als voorbeeld mijn vader. Hij was gasfitter. Mijn ouders leefden zuinig en zetten iedere maand geld opzij om aan de kinderen na te laten. Na dertig à veertig jaar is er dan een klein kapitaaltje opgebouwd, dat je mijns inziens niet zou moeten belasten. Je zou voor de oplossing meer moeten kijken naar beleggers (van onroerend goed). Eigenaren die twee pandjes hebben als pensioenvoorziening kun je niet aanmerken als ondernemer. Maar als het om meerdere panden gaat, is er wel sprake van een onderneming en inkomen. Er moeten grenzen worden gesteld, anders kunnen er schrijnende situaties ontstaan. Maar dan moet je wel de uitvoerders de ruimte geven om in die gevallen maatwerk te leveren. Dat heb ik vastgelegd in een motie in het debat op 24 maart 2022 over het eindrapport ‘Tussen Balie en Beleid’ (Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties). Ik stel in die motie drie pilots voor om te leren wat wel en niet werkt bij het verlenen van discretionaire ruimte.

Wat ziet u als uw belangrijkste speerpunten in uw portefeuille, afgezien van het ondersteunen van het regeerakkoord?

Mijn agenda is versimpelen en de menselijke maat terugbrengen. En ICT flexibeler en meer modulair maken, want de ICT zit te ingewikkeld in elkaar. Daarnaast heb ik met mijn beleidsmedewerker een fiscaal paper geschreven met ankerpunten waaraan ik wetsvoorstellen toets, bijvoorbeeld op complexiteit, of het bijdraagt aan de menselijke maat en of het bijdraagt aan een evenwichtiger systeem.

Wat verstaat u onder een goed vestigingsklimaat?

Ondernemers moeten in staat zijn hun bedrijf uit te oefenen. Het gaat om een stabiele economie en samenwerking tussen overheid en ondernemingen, zoals een meedenkende Belastingdienst zonder te veel bureaucratie. In mijn periode bij de bank kwam ik veel ingewikkeldheden tegen toen ik over hypotheken adviseerde. Toen ik een ICT-systeem daarvoor bouwde, bleek de wetgeving niet duidelijk te zijn. Ik had te veel vragen die verwerkt moesten worden in een goed draaiend systeem.

De fiscaliteit hoort ook bij een goed vestigingsklimaat. Aan de ene kant hoor je ‘we willen zo weinig mogelijk belasting betalen’, maar aan de andere kant is er behoefte aan goed opgeleide werknemers, aan goede wegen voor vrachtwagens, industrieterreinen. Bedrijven hebben veel faciliteiten nodig, dus zij moeten daaraan ook bijdragen.

Vindt u Nederland een belastingparadijs?

De afgelopen jaren is er al veel gebeurd om het frame van Nederland belastingparadijs terug te brengen. We hebben belastingmaatregelen van de OESO geïmplementeerd, we hebben nationale maatregelen ingevoerd, we hebben het rapport Ter Haar gehad en onlangs nog de conditionele bronheffing. Er is ook veel gebeurd wat transparantie betreft. Natuurlijk is er ruimte voor verbetering. Bij alle regels die we bedenken, zijn er natuurlijk altijd slimmeriken die weer een route bedenken.

Wat vindt u van de maatregelen die het kabinet van plan is te nemen om de winst van multinationale ondernemingen werkelijk te belasten? Gaan deze ver genoeg?

Wat ik mooi vind, is dat VNO-NCW onlangs een tax governance code gepresenteerd heeft. Met veertig grote bedrijven is met deze code een norm opgesteld hoe omgegaan moet worden met belastingbetaling. Bovendien erkennen deze bedrijven hiermee dat er in het verleden zaken gebeurd zijn die niet oké zijn. Met deze code wordt de belastingmoraal verbeterd. Dit signaal vind ik sterker dan wanneer de overheid het wettelijk vastlegt. Het kan natuurlijk, we kunnen vinden dat zoiets goed wettelijk vastgelegd moet worden, maar ik wil niet dat de code een afvinklijstje wordt zonder intrinsieke motivatie. Het is een dynamisch proces, belastingen ademen mee met de samenleving.

Wat hoopt u dat Bart Snels, inspecteur-generaal van de Inspectie belastingen, toeslagen en douane, zal bewerkstelligen? Bent u van plan hem in te schakelen bij uw werk in de Tweede Kamer?

Onafhankelijk toezicht is ontzettend belangrijk. We moeten ervoor zorgen dat een kinderopvangtoeslagdrama of andere drama’s niet meer kunnen gebeuren. Het feit dat Bart daar zit, vind ik ook goed. Hij kent de mores van de Kamer. Ik heb een jaar samen met hem in de Kamer gezeten en hem ervaren als een constructieve collega, die luistert en openstaat voor signalen. Hij moet in de komende periode gaan bepalen hoe we het met elkaar gaan doen. We moeten in ieder geval de onafhankelijkheid zo goed mogelijk borgen.

Wordt het niet moeilijker om fiscale wetgeving te maken nu de regeringscoalitie in de Eerste Kamer geen meerderheid heeft?

Je moet er rekening mee houden dat je in de Eerste Kamer andere partijen nodig hebt om aan een meerderheid te komen en dat betekent dat je aan de voorkant naar die partijen zult moeten luisteren. Je moet natuurlijk niet iedere keer in de Eerste Kamer vastlopen. Dat moet in de komende tijd ook vorm gaan krijgen. Het eerste Belastingplan (2022) dat ik gedaan heb, is er ongeschonden doorheen gekomen, maar toen was er een demissionair kabinet. Ik vond het Belastingplan heel omvangrijk en heel technisch. Het zou goed zijn het belastingplan op te knippen en onderdelen eerder naar de Kamer te brengen. Dat moeten we ook wel doen, gezien het aantal fracties (straks misschien wel twintig) in de Kamer. Die eenpersoonsfracties hebben niet de capaciteit om een belastingplan te doorgronden. Er is nu discussie of er rapporteurs moeten komen voor onderdelen van het belastingplan. Dat zou ook goed zijn voor de onderlinge verhoudingen.

Wat vindt u van de rol van beroepsorganisaties van belastingadviseurs, zoals de NOB, tijdens de behandeling van fiscale wetsvoorstellen? Hebt u contact met fiscalisten van de Big Four of van het Register van Belastingadviseurs (werkzaam voor het midden- en kleinbedrijf)?

Wij vinden input van de praktijk erg belangrijk. Wetscommentaar van buiten wordt erg gewaardeerd en we gebruiken het ook bij de wetgeving, omdat niemand beter weet waar de knelpunten zitten dan de mensen die er in de uitvoering mee te maken hebben. We beperken ons niet tot de Big Four, wij zoeken ook uitdrukkelijk contact met de kleinere kantoren, omdat die tegen een andere problematiek aanlopen dan de grotere kantoren. Het is interessant om een lokale belastingadviseur te bellen en te vragen waar hij of zij tegenaan loopt.

Metadata

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Arthie Schimmel
Zelfstandig fiscaal journalist
NLF-nummer
NLF Opinie 2022/14
Judoreg
NFB4937
Publicatiedatum
8 april 2022

Naar de bovenkant van de pagina