Direct naar content gaan

Samenvatting

Belanghebbende draagt in het kader van een herstructurering van de bedrijfstak, op vrijwillige basis, een bedrag aan een stichting. Belanghebbende was geen partij bij de overeenkomst waarbij tot sanering van de bedrijfstak is afgesproken. Zij heeft toegezegd in de komende jaren ook een bedrag aan de stichting te voldoen en heeft daartoe een voorziening getroffen. Het hof heeft geoordeeld dat alleen een voorziening kan worden gevormd, indien sprake is van een op balansdatum bestaande rechtsverhouding, waaruit de verplichting tot het doen van die betalingen voortvloeit. Deze rechtsverhouding bestaat niet en de voorziening wordt door het geschrapt.
De Hoge Raad is tot de conclusie gekomen dat het voor de passivering gestelde vereiste van een op de balansdatum bestaande rechtsverhouding, welk civielrechtelijk vereiste ook niet past in het op de bedrijfseconomie gegronde begrip goed koopmansgebruik en voorts in de literatuur is omstreden, niet moet worden gehandhaafd, doch moet worden toegestaan dat bij de bepaling van de winst voor een zeker jaar ter zake van toekomstige uitgaven een passiefpost wordt gevormd, indien die uitgaven hun oorsprong vinden in feiten of omstandigheden, die zich in de periode voorafgaande aan de balansdatum hebben voorgedaan en ook overigens aan die periode kunnen worden toegerekend, en ter zake waarvan een redelijke mate van zekerheid bestaat dat zij zich zullen voordoen. (Bakstenenarrest)

Metadata

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
1991
Instantie
HR
Datum instantie
26 augustus 1998
Rolnummer
33.417
ECLI
ECLI:NL:HR:1998:AA2555
bwbr0011353&artikel=3.30&lid=3,bwbr0011353&artikel=3.30&lid=2,bwbr0011353&artikel=3.30&lid=1,bwbr0011353&artikel=3.29b&lid=1,bwbr0011353&artikel=3.29b&lid=1,bwbr0011353&artikel=3.25

Naar de bovenkant van de pagina