Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

Evenals bij Rechtbank Noord-Holland is in hoger beroep in geschil of het verzoek van X (belanghebbende) om toekenning van een dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 Awb terecht is afgewezen.

X heeft medewerkers van de Belastingdienst opgeroepen om als getuige ter zitting van Hof Amsterdam te verschijnen. Twee met naam genoemde medewerkers vertegenwoordigen een der partijen (de Inspecteur) en hebben als zodanig ook ter zitting van de Rechtbank en het Hof opgetreden. Zij moeten aldus worden vereenzelvigd met de partij (de Inspecteur) die zij vertegenwoordigen en het horen van een partij of een daarmee te vereenzelvigen persoon als getuige is in het belastingrecht niet mogelijk (vgl. HR 17 juni 1992, 27.048, ECLI:NL:HR:1992:BH8123 en HR 28 augustus 2020, 19/04731, ECLI:NL:HR:2020:1332).

X heeft het Hof verder verzocht een onbeperkt aantal (niet concreet aangeduide) medewerkers van de Belastingdienst als getuigen op te roepen. Het Hof heeft X in dit verband in de gelegenheid gesteld om een lijst van maximaal vijf personen op te stellen die hij als getuigen wenst te horen. X heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

X dient (in het kader van de goede procesorde) een stellig en duidelijk verzoek te doen tot het oproepen en horen van concreet aangeduide getuigen. Het Hof acht het verzoek van X hiermee in strijd en daarmee niet voor toewijzing vatbaar.

Het Hof beslist verder dat de Inspecteur het verzoek om toekenning van een dwangsom terecht heeft afgewezen. Hij heeft tijdig, binnen twee weken na ontvangst van een ingebrekestelling, beslist.

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2008-2010
Instantie
Hof Amsterdam
Datum instantie
25 augustus 2022
Rolnummer
20/00380
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:3204
NLF-nummer
NLF 2022/2357
Aflevering
1 december 2022
bwbr0005537&artikel=4:17,bwbr0005537&artikel=4:17

Naar de bovenkant van de pagina