Direct naar content gaan

Samenvatting

Aan X (belanghebbende) is ter zake van de aanschaf van een HRe-ketel € 1.837,87 btw in rekening gebracht. De HRe-ketel heeft ook een stroomopwekkingsfunctie. Ter zake van de levering van de overtollige elektriciteit aan het net kwalificeert X als btw-ondernemer. In geschil is de aftrek van voorbelasting ter zake van de ketel.

Rechtbank Noord-Nederland stelt voorop dat zij wil wegblijven bij de technisch-natuurkundige beschrijving van het proces dat de HRe-ketel uitvoert. Voor de btw is er fiscaal-juridisch sprake van een belaste levering van een goed, namelijk elektriciteit aan het net. Dat is het gezichtspunt van de omzetbelasting, vanuit daar wordt er gekeken naar wat er voor vooraftrek in aanmerking komt. Omdat er sprake is van een onroerende zaak, stelt de wet vervolgens beperkingen aan die vooraftrek.

Volgens de Rechtbank is sprake van een stroomopbrengst ten opzichte van de totale opbrengst (stroom/warmte) die uitkomt op 25%. X heeft voor wat betreft de verhouding van het privégebruik/netlevering van de stroom, aannemelijk gemaakt dat het aandeel netlevering 90% is. Dit leidt uiteindelijk tot een berekening van de teruggaaf van 25% × 90% = 22,5% × € 1.838 = € 414.

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
derde kwartaal 2011
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum instantie
12 november 2020
Rolnummer
19/2219
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2020:3883
NLF-nummer
NLF 2021/0049
Aflevering
7 januari 2021
bwbr0002629&artikel=7&lid=2,bwbr0002629&artikel=15,bwbr0002629&artikel=15

Naar de bovenkant van de pagina