Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie(43)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(1)

X (belanghebbende) was in 2014 woonachtig in Nederland en via een service company werkzaam als piloot voor een in Ierland gevestigde luchtvaartmaatschappij. Evenals enkele andere piloten was X aandeelhouder van de service company.


Van juli tot en met oktober 2014 was X gestationeerd op een vliegveld in België en in de maanden november en december 2014 op een vliegveld in Duitsland.


Na uitvoerige correspondentie over de inkomsten van X is de Inspecteur bij de aanslagregeling IB/PVV 2014 afgeweken van de aangifte. De aanslag is berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 80.076. X heeft bezwaar en beroep ingesteld.


Op voorstel van Rechtbank Gelderland hebben partijen ingestemd met mediation, hetgeen heeft geleid tot overeenstemming over de belasting- en premieheffing. Volgens de Rechtbank zou een beroepsprocedure niet nodig zijn geweest als de Inspecteur het bezwaar met normale zorgvuldigheid zou hebben behandeld. Om die reden heeft de Rechtbank aanleiding gezien om de proceskosten, gemaakt ter zake van de beroepsfase, integraal te vergoeden (€ 11.848,22). De kostenvergoeding voor de bezwaarfase heeft de Rechtbank forfaitair vastgesteld op € 562. X heeft hoger beroep ingesteld en Hof Arnhem-Leeuwarden verklaart dat gegrond.


Het Hof oordeelt dat de Inspecteur in de aanslagregelende fase onzorgvuldig heeft gehandeld. Het ziet hierin aanleiding een van het Bpb afwijkende vergoeding toe te kennen. Dat geldt ook voor de proceskosten van het hoger beroep. Deze zijn rechtstreeks terug te voeren op het onzorgvuldig optreden van de Inspecteur in de aanslagregelende fase. Voor veroordeling van de Inspecteur in de door X voor de mediation gemaakte advieskosten is volgens het Hof geen plaats. Partijen zijn gebonden aan de door hen gemaakte afspraak. Hieraan doet niet af dat de Rechtbank en het Hof hebben geoordeeld dat het optreden van de Inspecteur aanleiding vormt voor de bezwaar- en beroepsfase een hogere dan de forfaitaire vergoeding van gemaakte kosten toe te wijzen.


Het Hof veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van X in bezwaar- en beroep tot een bedrag van € 15.023,22 en voor de kosten in hoger beroep tot een bedrag van € 2.280.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
26 oktober 2021
Rolnummer
20/01055
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:10010
NLF-nummer
NLF 2021/2198
Aflevering
18 november 2021
bwbr0006358&artikel=2&lid=3

X