Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

In het onderhavige arrest is de vraag aan de orde hoe overbruggingsbetalingen van het Contractspelersfonds voor profvoetballers (CFK) aan voormalig voetballers onder het Verdrag Nederland-Australië kwalificeren. Meer specifiek: worden deze betalingen bestreken door het verdragsartikel ten aanzien van pensioen en lijfrenten (artikel 18), of het verdragsartikel dat ziet op artiesten en sportbeoefenaars (artikel 17)? In het laatste geval heeft Nederland heffingsrecht, bij toepassing van artikel 18 komt het heffingsrecht toe aan Australië.

De Hoge Raad oordeelt dat de overbruggingsuitkering op grond van artikel 17 Verdrag Nederland-Australië dient te worden gerekend tot de inkomsten die sportbeoefenaars als zodanig uit hun persoonlijke werkzaamheden verkrijgen (vgl. HR 3 mei 2000, 34.653, ECLI:NL:HR:2000:AA5678). Nederland is dus heffingsbevoegd.

Anders: Conclusie A-G Niessen (NLF 2022/1718, met noot van Swaving Dijkstra).

Metadata

Rubriek(en)
Internationaal belastingrecht
Belastingtijdvak
2018
Instantie
HR
Datum instantie
14 april 2023
Rolnummer
21/04113
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:572
Auteur(s)
dr. mr. T.M. Vergouwen
De Brauw Blackstone Westbroek/ Universiteit Leiden
NLF-nummer
NLF 2023/1093
Aflevering
18 mei 2023
Judoregnummer
JCDI:NFB5768
bwbv0003760&artikel=17,bwbv0003760&artikel=18,bwbv0003760&artikel=17,bwbv0003760&artikel=18

Naar de bovenkant van de pagina