Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(33)
  • Commentaar NLFiscaal(11)
  • Literatuur(2)
  • Recent(2)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(2)

X (belanghebbende) drijft sinds 1 januari 2011 een onderneming in de vorm van een eenmanszaak.

In zijn aangiften IB/PVV 2011 tot en met 2017 heeft X de resultaten van de onderneming opgenomen als winst uit onderneming. Over de jaren 2011 tot en met 2016 heeft X geen ondernemersaftrek geclaimd. In de aangifte IB/PVV 2017 heeft hij zelfstandigenaftrek en startersaftrek geclaimd. De winst uit onderneming bedroeg in dat jaar € 925 negatief.

De Inspecteur heeft de zelfstandigenaftrek en startersaftrek bij de aanslagregeling geweigerd maar heeft bij uitspraak op bezwaar de geclaimde zelfstandigenaftrek alsnog toegekend.

In geschil is of X in 2017 recht heeft op startersaftrek van € 2.123.

De Inspecteur heeft op het aanslagbiljet geen bedrag aan niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek vermeld. Mede vanuit een oogpunt van rechtsbescherming, neemt Rechtbank Zeeland-West-Brabant aan dat de Inspecteur bij de aanslag het bedrag van de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek bij beschikking heeft vastgesteld op een bedrag van nihil.

Het wettelijk criterium voor toepassing van de startersaftrek is of X geen IB-ondernemer was in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren. Dit criterium vereist een juridische kwalificatie, waarbij de wijze van aangeven van (in dit geval) de resultaten uit de eenmanszaak niet leidend is.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat de omzet zeer beperkt is geweest (2011, 2012, 2016) dan wel dat sprake is geweest van verlies (2013, 2014, 2015) en bovendien dat er weinig tot geen groei zichtbaar is in de omzet gedurende deze jaren. Daar komt bij dat de Inspecteur in de uitspraak op bezwaar zelf in twijfel heeft getrokken dat X winst uit onderneming heeft genoten in de jaren voorafgaand aan 2017. Daarmee is aannemelijk geworden dat X in de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer is geweest. X heeft dus recht op de startersaftrek in het jaar 2017, concludeert de Rechtbank.

De beschikking niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek wordt verhoogd naar € 9.403 (zelfstandigenaftrek € 7.280 plus startersaftrek € 2.123).

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2017
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
4 januari 2022
Rolnummer
20/7232
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:12
bwbr0011353&artikel=3.76

X