Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

X (belanghebbende) drijft sinds 2008 een onderneming in de vorm van een eenmanszaak. De activiteiten betreffen loonwerkzaamheden en werkzaamheden als vrachtwagenchauffeur. X heeft per 1 mei 2009 gebouwen op zijn ondernemingsbalans geactiveerd voor een waarde van € 827.200. Hij heeft de eigendom van de gebouwen in 2016 overgedragen aan een derde.

X heeft in de aangifte IB/PVV 2016 een verlies van € 373.327 opgenomen dat betrekking heeft op de verkoop van de gebouwen. Dit betreft het verschil tussen de boekwaarde op het moment van verkoop van € 740.468,16 en de opbrengst van € 367.140.

De Inspecteur heeft bij de aanslag de boekwaarde van de gebouwen vastgesteld op € 488.268 (inbrengwaarde van € 575.000 op basis van een taxatie, minus afschrijvingen € 86.732). Het boekverlies op de gebouwen bedraagt dan € 121.128 in plaats van € 373.327, hetgeen resulteert in een correctie van € 252.199.

In deze procedure is niet in geschil dat de Inspecteur de correctie op grond van de foutenleer in beginsel mocht toepassen. Het geschil concentreert zich op de vraag of het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan de correctie. Dat is volgens Rechtbank Noord-Nederland niet het geval. Het beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2016
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum instantie
25 april 2022
Rolnummer
21/2567
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2022:1354
NLF-nummer
NLF 2022/0968
Aflevering
19 mei 2022

X