Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Daan Notenboom roept de fiscale ‘wetenschap’ op zichzelf opnieuw uit te vinden opdat in de toekomst van een echte wetenschap sprake zal zijn.

De Griekse oudheid kent een drietal overtuigingsmiddelen. Dit betreft logos, ethos en pathos. Logos ziet op argumentatie. De spreker heeft tot doel om de luisteraars te overtuigen door logische redenatie met consistentie en betrouwbare argumenten. Filosofen zijn herkenbaar aan hun logische redenatie, zij hechten veel waarde aan logos.  Daarnaast speelt ethos, geloofwaardigheid, een rol. De mening van een fiscale wetenschapper over de fiscaliteit zal over het algemeen meer serieus worden genomen dan de mening van een bouwkundige over de fiscaliteit. Ten slotte speelt pathos in op het gevoel van de luisteraar. Er wordt een gemene deler gecreëerd tussen de spreker en de luisteraars waardoor emotie wordt geoogst.

Bovenstaande overtuigingsmiddelen zijn te herkennen in menig politiek debat. Daarnaast lijkt de fiscale wetenschap ook steeds meer gebruik te maken van deze overtuigingsmiddelen. De fiscaliteit is de afgelopen twee decennia steeds spannender geworden, althans in ieder geval vanuit het perspectief van de niet-fiscalisten. Onder andere de Panama Papers en de bewustwording van het gebruik van belastingsystemen als middel voor belastingontwijking trekken steeds meer de aandacht van de gehele maatschappij.

Deze ontwikkeling treft de beroepsbeoefenaars in de fiscaliteit. Niet alleen is het maatschappelijke debat verschoven richting fiscaliteit, andersom is dit ook het geval. Uitspraken van fiscalisten liggen onder een vergrootglas. Dit is naar mijn mening een goede ontwikkeling indien deze uitspraken niet een persoonlijke mening bevatten, maar het gevolg zijn van grondig fiscaal onderzoek.

In de praktijk heb ik gezien dat de grens tussen het juridische en het maatschappelijke debat vervaagt. Iedere fiscale beroepsbeoefenaar heeft een mening over de maatschappelijke wenselijkheid van het belastingsysteem. Is het huidige systeem van vermogensbelasting nog wel aanvaardbaar? Betalen bedrijven genoeg belasting? Het gevaar hiervan is dat we de maatschappelijke mening over belastingsystemen vanuit fiscaal juridisch wetenschappelijk perspectief interpreteren en dat dit ook zo door de maatschappij wordt gezien. Dit betekent mijns inziens misbruik van de ethos-positie van fiscalisten. Ook levert dit fundamentele vragen op: kwalificeert de fiscaal juridische wetenschap wel als wetenschap? Het is essentieel om hier met elkaar over na te denken. De fiscaliteit is toe aan vernieuwing en heeft daar een passend drietal overtuigingsmiddelen voor nodig.

1. Logos

Een deugdelijke onderbouwing is de kern van de fiscaal juridische wetenschap. Omdat het recht niet waarneembaar een vaststaande uitkomst heeft, is het voor allerlei verschillende interpretaties vatbaar. Ter verduidelijking geef ik een voorbeeld.

In het geval een wetenschapper biologie de werking van COVID-19-vaccins onderzoekt, kan daar een conclusie uitkomen dat vaccins een bepaalde effectiviteit hebben in het voorkomen van een ernstig ziektebeeld bij mensen die besmet raken met COVID-19. Er wordt op variabelen onderzoek gedaan, waarmee feitelijke data worden vastgesteld, waaruit op grond van die data een waarneembare conclusie wordt getrokken.

In het belastingrecht ligt dit heel anders. Alle fiscalisten hebben toegang tot dezelfde wetten. De rechtsgevolgen van deze wetten staan echter geenszins vast, omdat het in de praktijk zeer casusafhankelijk is wat de praktische toepassing is van deze wetten. Het is de taak van de rechters om te bepalen wat de juiste praktische uitwerking van de wet is, en deze is daarmee afhankelijk van de argumentatie door die rechters. Parallel daaraan zullen andere fiscalisten tot een afwijkende conclusie van diezelfde wet komen door precies dezelfde feiten anders te beargumenteren (en daarmee te interpreteren).

Terugkomend op de wetenschapper biologie. Hij of zij kan een onderzoek meer sturen via de variabelen en de methode waarmee hij zijn onderzoek uitvoert. Omdat hij invloed heeft op deze variabelen, heeft hij ook invloed op de feiten die uit zijn onderzoek volgen. Dit is niet het geval in de juridische wetenschap. Nogmaals, iedereen heeft beschikking over dezelfde feiten. Daarom dienen publicaties in de fiscaal juridische wetenschap veel meer te liggen op een deugdelijke argumentatie. Immers, ‘Wie hetzelfde anders zegt, zegt iets anders’.1

Het eerste overtuigingsmiddel is dus vooral van belang vanuit het perspectief van de wetenschapper zelf. De wetenschapper is verantwoordelijk voor een deugdelijke argumentatie. Toch gebeurt dat lang niet altijd en zelfs niet door personen die een hoge status hebben binnen de fiscaliteit.

2. Controle

Hoe kunnen we er toch voor zorgen dat fiscalisten met status niet zomaar misbruik kunnen maken van hun ethos? Dit kan alleen als we als gehele wetenschap een aantal regels opstellen over het doen van onderzoek. Een zogeheten vaste fiscale onderzoeksmethode. Deze onderzoeksmethode dwingt fiscalisten na te denken over essentiële punten in fiscaal onderzoek: Welke bronnen gebruik ik (niet) en waarom? Welke interpretatiemethode(n) gebruik ik (niet) en waarom? Welke stappen zet ik in het onderzoek? Waar haal ik de data vandaan? En ga zo maar door.

Zo’n methode werkt niet als er geen controle op die methode is. In het huidige fiscale landschap is er een beperkt aantal tijdschriften beschikbaar waarin wordt gepubliceerd. Deze tijdschriften hebben een belangrijke rol. Zij controleren en beoordelen namelijk de kwaliteit van de publicaties en beslissen op enig moment of iets gepubliceerd kan worden. Dit wordt vaak uitgevoerd door een vast groepje wetenschappers. Maar hoe controleren zij een onderzoek op wetenschappelijkheid indien er geen onderzoeksmethode is? Door het ontwikkelen van zo’n methode zijn redactieleden van tijdschriften gedwongen om ook naar de wetenschappelijke kwaliteit van publicaties te kijken.

Hierbij is van belang dat er diversiteit komt in de redactie van zulke tijdschriften. Indien een redactie zich beperkt tot een select gezelschap zal dit leiden tot meer eenzijdige feedback op de onderzoeksmethode. Naar mijn mening dienen minder ervaren fiscalisten hier ook bij betrokken te worden. Dit draagt niet alleen bij aan de diversiteit maar komt ook ten goede aan de ontwikkeling van nieuwe fiscalisten.

Verder ben ik van mening dat het anoniem insturen van publicaties ook een stap in de goede richting is. Zo wordt er alleen naar de inhoud van de publicatie gekeken, zonder rekening te houden met de functie van de wetenschapper in de fiscaliteit. Dit gebeurt nu ook al met bijvoorbeeld scriptieprijzen.

3. Transparantie

In deze tijd is er veel aandacht (geweest) voor de dubbelfuncties van wetenschappers, de financiering van hoogleraren en diversiteit van (hoog)leraren aan de universiteit. Parallel aan de eerste twee overtuigingsmiddelen zou het mijns inziens een goede ontwikkeling zijn om ook standaardregels te ontwikkelen ten aanzien van de transparantie van zowel de wetenschappers die publiceren als de redactie van de tijdschriften.

De transparantie kan los gezien worden van logos en controle, omdat transparantie naar mijn mening vooral om duiding van een onderzoek gaat. Indien een specialist in de omzetbelasting een publicatie over Pijler 2 van feedback heeft voorzien, kan men vraagtekens zetten bij de kwaliteit van tegenlezen. Zonder in detail in te gaan op de dubbelepettendiscussie, is het natuurlijk noodzakelijk om alle functies van de auteur bij een artikel te vermelden. En in het geval van een bijzonder hoogleraar ook de wijze van financiering. Indien de transparantie op orde is middels een vast stramien aan regels, laten we ons dan vooral allemaal focussen op logos en de controle daarvan.  

Concluderend ben ik van mening dat de fiscale wetenschap zichzelf opnieuw moet uitvinden aan de hand van een drietal overtuigingsmiddelen. Als we daaraan werken, kunnen we ons in de toekomst misschien terecht een wetenschap noemen. 

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Daan Notenboom
Meijburg & Co/Universiteit van Amsterdam
NLF-nummer
NLF Opinie 2022/18
Judoreg
NFB5019
Publicatiedatum
19 mei 2022

X