Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(13)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(1)

De WOZ-waarde van de woning van X (belanghebbende) is op waardepeildatum 1 januari 2019 vastgesteld op € 1.890.000. X bepleit een waarde van € 1.501.000.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de Heffingsambtenaar bij de waardebepaling van een gemiddelde staat van de woning heeft mogen uitgaan, nu de woning in 2017 geheel is gerenoveerd. Bij de renovatie is het dak van de woning kennelijk nog niet betrokken, maar dat dit dak lek is en aan vervanging toe, heeft X niet aannemelijk gemaakt.

De stelling van X dat de woning aan een drukke N-weg ligt, is eveneens niet aannemelijk geworden. X anticipeert op mogelijke ontwikkelingen bij het circuit in Zandvoort, die volgens hem gevolgen zouden kunnen hebben voor het verkeer op de N-weg en de drukte op het station in Heemstede. Of, en in welke mate, deze ontwikkelingen zich daadwerkelijk voor gaan doen en wat het effect daarvan zal zijn op de waarde van de woning is op dit moment niet duidelijk. X heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat met dergelijke toekomstige onzekere omstandigheden voor wat betreft de WOZ-waarde van de woning op de waardepeildatum rekening moet worden gehouden. Volgens de Rechtbank kan niet worden gezegd dat de aan de woning toegekende waarde in een onjuiste verhouding staat tot de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten.

Het beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2020
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
17 december 2021
Rolnummer
20/4805
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:11819
NLF-nummer
NLF 2022/0074
Aflevering
6 januari 2022
bwbr0007119&artikel=22

X