Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(3)
  • Jurisprudentie(169)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(7)

Aan X (belanghebbende) is een aanslag liggeld pleziervaartuig van € 3.940 opgelegd voor het gebruikmaken van de passantensteiger in Maassluis in de periode 28 juli 2019 tot en met 24 augustus 2020.

X heeft beroep ingesteld.

Om te voldoen aan de definitie ‘passantensteiger’, zoals omschreven in de betreffende verordening, moet in ieder geval sprake zijn van een pleziervaartuig met een lengte van ten hoogste 15 meter. Een pleziervaartuig is in de verordening omschreven als een schip dat hoofdzakelijk of nagenoeg geheel bestemd is of gebruikt wordt voor recreatie, sportbeoefening of vrijetijdsbesteding.

Tussen partijen is niet in geschil dat X van 28 juli 2019 tot en met 22 augustus 2020 onafgebroken op het schip heeft gewoond en dat het schip uitsluitend als woning gebezigd werd. Verder is niet in geschil dat het schip een lengte heeft van 18,5 meter en dus langer dan 15 meter is.

Gelet op de twee genoemde omstandigheden en de omstandigheid dat geen sprake is van een ‘passant’ omdat het schip zich langer dan 14 dagen in de haven bevond, is naar het oordeel van Rechtbank Rotterdam geen sprake van een pleziervaartuig. Voor zover het schip als woonschip zou moeten worden aangemerkt, is er geen tarief in de Tarieventabel opgenomen voor het gebruik van een woonschip. Voor een dergelijk gebruik kan dus geen aanslag liggeld worden opgelegd. De aanslag liggeld pleziervaartuig wordt vernietigd.

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
29 juli 2019 tot en met 24 augustus 2020
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum instantie
10 december 2021
Rolnummer
20/5898
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2021:12256
NLF-nummer
NLF 2022/0080
Aflevering
6 januari 2022
bwbr0005416&artikel=229

X