Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

X (belanghebbende) drijft sinds 1997 een onderneming in de vorm van een eenmanszaak. De onderneming baat een tankstation met winkel en een bijbehorende wasstraat uit. Bij (ver)huurovereenkomst van 12 juli 2010 heeft X aan E de feitelijke exploitatie van de onderneming overgedragen voor een periode van tien jaar ingaande 15 juli 2010. In december 2011 heeft X een derde deel van het exploitatierecht betreffende het tankstation overgedragen aan de bv van zijn echtgenote.


In deze procedure is in geschil of de Inspecteur terecht geen fiscale gevolgen heeft verbonden aan de overeenkomst van overdracht. Dat is volgens Rechtbank Noord-Holland en in hoger beroep Hof Amsterdam het geval. X heeft met de overeenkomst voor de toepassing van het fiscale recht geen deel van het exploitatierecht overgedragen aan de bv, maar slechts de toekomstige huurinkomsten verdeeld. Dit brengt mee dat de betalingen van X aan de bv niet kunnen worden aangemerkt als ondernemingskosten. De Inspecteur heeft terecht de winst uit onderneming gecorrigeerd.


X heeft recht op een immateriële schadevergoeding van € 500 in verband met overschrijding van de redelijke termijn. De termijn van in totaal vier jaar die als uitgangspunt dient voor de redelijke termijn in de fasen van bezwaar, beroep en hoger beroep wordt als gevolg van de coronacrisis door het Hof met vier maanden verlengd.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2012-2015
Instantie
Hof Amsterdam
Datum instantie
6 oktober 2021
Rolnummer
21/00656;21/00657;21/00658;21/00659
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:3091
NLF-nummer
NLF 2021/2184
Aflevering
18 november 2021

X