Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Aan X (belanghebbende) is een navorderingsaanslag IB/PVV 2015 opgelegd vanwege een geschil tussen de Inspecteur en X over een stamrechtregeling en een pensioenregeling. Na heroverweging in de bezwaarfase is de Inspecteur teruggekomen van zijn eerder ingenomen standpunt. De waarde van de pensioenaanspraak en van de stamrechtaanspraak is niet meer tot het loon gerekend. De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar de navorderingsaanslag IB/PVV 2015 en de daarbij gegeven rentebeschikkingen verminderd tot nihil.

Hof Den Haag komt in hoger beroep niet toe aan een beoordeling van de navorderingsaanslag, omdat X in zoverre geen belang heeft bij het hoger beroep. De zuiverheid van de pensioenregeling kan derhalve niet aan de orde komen.

Rechtbank Den Haag heeft volgens het Hof terecht geoordeeld dat X geen recht heeft op een integrale proceskostenvergoeding. De Inspecteur heeft niet tegen beter weten in of in vergaande mate onzorgvuldig gehandeld. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 2, lid 3, Bpb.

De Rechtbank heeft ook terecht het verzoek om toekenning van een vergoeding voor materiële en immateriële schade afgewezen.

Het hoger beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2015
Instantie
Hof Den Haag
Datum instantie
5 april 2022
Rolnummer
21/01036
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2022:870
NLF-nummer
NLF 2022/1117
Aflevering
9 juni 2022

X