Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent
In een geschil over de limiet van het bedrag dat de gemeente Roosendaal in 2001 mocht heffen, had zij moeten toegeven dat zij ten onrechte één post tot de met rioolrecht te financieren uitgaven had gerekend. Voorts had zij gesteld niet aan te kunnen geven of dat met nog meer posten het geval was. Aldus had de gemeente volgens het Hof niet kunnen bewijzen dat met de rioolbelasting de limiet waarvoor mag worden geheven niet was overschreden en had het de desbetreffende verordening niet verbindend verklaard. De Hoge Raad vindt in deze zaak aanleiding precies aan te geven hoe de bewijslast inzake de limietoverschrijding verdeeld moet worden tussen de gemeente en de belastingplichtige:
- Als door een belastingplichtige aan de orde wordt gesteld of de in artikel 229b, lid 1 Gemeentewet bedoelde baten de in dat artikel bedoelde "lasten ter zake" hebben overschreden, dient de heffingsambtenaar inzicht in de ramingen te verschaffen.
- Indien de belastingplichtige ten aanzien van één of meer posten in de raming in twijfel trekt of deze post als een "last ter zake" kan worden aangemerkt dient de heffingsambtenaar over die post(en) nadere inlichtingen te verstrekken.
- Indien over de feitelijke gegevens van die inlichtingen geen verschil van mening bestaat moet de rechter slechts beslissen of het om een "last ter zake" gaat en bij een ontkennende beantwoording na gaan of de limiet wordt overschreden.
- Indien de belastingplichtige die feitelijke gegevens onjuist acht komt de bewijslast echter bij hem te liggen.
Aan de hand van die regels casseert de Hoge Raad de Hofuitspraak en verwijst hij de zaak.
Belastingtijdvak
2001
Instantie
HR
Datum instantie
24 april 2009
Rolnummer
07.12961
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BI1968

X