Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(509)
  • Commentaar NLFiscaal(2)
  • Literatuur(11)
  • Recent(28)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

Aan X (belanghebbende) zijn navorderingsaanslagen IB/PVV 2014 en 2015 opgelegd waarbij de aftrek van specifieke zorgkosten is gecorrigeerd.

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft de navorderingsaanslagen in stand gelaten. Daarbij heeft het Hof overwogen dat er voor de Inspecteur, nadat X ten aanzien van het jaar 2013 geen inhoudelijke antwoorden gaf op vragen omtrent de specifieke zorgkosten, aanleiding bestond vragen te stellen over de specifieke zorgkosten voor de jaren 2014 en 2015. De omstandigheid dat X de in aftrek gebrachte specifieke zorgkosten voor die jaren niet kon onderbouwen, is een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt, aldus het Hof.

X komt in cassatie tegen dit oordeel op met de klacht dat het Hof ten onrechte geen rekening heeft gehouden met zogenoemd project 1043 van de Belastingdienst. Deze klaagt faalt.

Zoals de Hoge Raad heeft overwogen in het arrest HR 10 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1748 is het instellen van het ingestelde onderzoek niet onrechtmatig, ook niet indien de gegevens van X zijn opgeslagen in een bestand, en zelfs indien die gegevensverwerking op zichzelf beschouwd onrechtmatig is.

Het Hof heeft de stelling van X over project 1043 kennelijk niet opgevat als een zelfstandige beroepsgrond. Dit is, gelet op hetgeen tijdens de mondelinge behandeling bij het Hof is opgemerkt, volgens de Hoge Raad niet onbegrijpelijk. Het Hof hoefde zich daarom niet uit te laten over de rechtmatigheid van dat project 1043.

De klachten in cassatie steunen onder meer op informatie over de opname van gegevens van X in het databestand Fraude Signalering Voorziening (FSV) die dateert van na de datum waarop het Hof uitspraak heeft gedaan. Bovendien is ook nadien nog informatie over het databestand FSV en project 1043 bekend gemaakt. In zoverre zijn dat feiten en omstandigheden die X niet bij het Hof te berde had kunnen brengen, en die het Hof daarom niet heeft kunnen meewegen bij zijn onderzoek naar de rechtmatigheid van de controle van de aangiften. Volgens de Hoge Raad kan niet worden uitgesloten dat X hierin aanleiding ziet een verzoek in te dienen tot herziening van de Hof-uitspraak. De Hoge Raad merkt op dat hij niet kan overzien of dat verzoek succes zal hebben.

Hetgeen X in cassatie heeft gesteld over project 1043 en het databestand FSV kan echter niet tot cassatie leiden.

Anders: conclusie A-G Niessen, ECLI:NL:PHR:2021:619.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2014-2015
Instantie
Hoge Raad
Datum instantie
14 januari 2022
Rolnummer
20/02734
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:14
bwbr0002320&artikel=16

X