Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(5)
  • Jurisprudentie(80)
  • Commentaar NLFiscaal(1)
  • Literatuur(25)
  • Recent(5)

A (bv) vormt met ingang van 1 maart 2011 een fiscale eenheid (belanghebbende; hierna X) met B (bv). A exploiteert een apotheek die op 1 september 2014 wordt ingebracht in een op dezelfde datum opgerichte vof. A is vanaf dat moment voor 51% firmant in de vof. B verhuurt (een deel van) een bedrijfspand aan de vof. In 2017 is het bedrijfspand uitgebreid met een aanbouw. Op 27 september 2018 heeft X verzocht om de fiscale eenheid met terugwerkende kracht tot 1 september 2014 uit te breiden met de vof. De Inspecteur heeft een beschikking afgegeven voor de uitbreiding van de fiscale eenheid met de vof met ingang van 1 december 2018.


Net als bij Rechtbank Den Haag, is in hoger beroep in geschil of de vof met ingang van 1 september 2014 deel kan uitmaken van de fiscale eenheid zonder dat daarvoor een beschikking is gegeven. Hof Den Haag oordeelt dat uit de richtlijnconforme uitleg van artikel 11 Btw-richtlijn niet volgt dat een door de autoriteiten genomen beschikking een constitutief vereiste is. Een fiscale eenheid ontstaat vanaf het tijdstip waarop aan de verwevenheidseisen is voldaan.


De Inspecteur stelt dan dat zonder de afgifte van een beschikking wel sprake kan zijn van een fiscale eenheid, maar alleen wanneer ook als zodanig is gehandeld. Volgens het Hof is gehandeld als ware er een fiscale eenheid, hoewel dit als gevolg van automatiseringsfouten niet als zodanig aan de Inspecteur is gepresenteerd. De Inspecteur is door de externe handelwijze van X en de vof per saldo niet benadeeld. Dat belastingplichtigen achteraf de gunstigste positie kunnen innemen doet hieraan niet af.


Ten aanzien van de aftrek van voorbelasting op de aanbouw volgt het Hof de Inspecteur dat de aanbouw kwalificeert als een zogenoemd investeringsgoed. Dit brengt met zich dat de aftrek van voorbelasting op de kosten van de aanbouw afzonderlijk in aanmerking wordt genomen. Het Hof ziet aanleiding de aftrek te bepalen aan de hand van het werkelijke gebruik, gelet op de indeling van de aanbouw.

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
1 september 2014 e.v.
Instantie
Hof Den Haag
Datum instantie
28 oktober 2021
Rolnummer
21/00144;21/00145;21/00146;21/00147;21/00148
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2021:2160
bwbr0002629&artikel=7&lid=4

X