Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(22)
  • Jurisprudentie(292)
  • Commentaar NLFiscaal(8)
  • Literatuur(83)
  • Recent(11)
  • Softlaw(8)

De activiteiten van X (belanghebbende) bestaan volgens de inschrijving in het handelsregister van de KvK uit de aan- en verkoop van onroerende zaken alsmede de verhuur en huur van onroerende zaken. Enig aandeelhouder van X is A.

De Inspecteur stelt op basis van een boekenonderzoek dat X geen btw-ondernemer is, zodat geen recht bestaat op aftrek van voorbelasting. Hij heeft een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd en een vergrijpboete van resp. € 4.047 en € 625. X heeft beroep ingesteld.

X betoogt dat sprake is van btw-ondernemerschap omdat voorbereidende handelingen zijn verricht. Daartoe voert zij aan dat er een voornemen bestond om energieonafhankelijke air-units (bij tankstations) en lantaarnpalen te gaan verkopen en dat in dat kader een proef is uitgevoerd. Ook zijn er gesprekken geweest met mogelijke kopers. X heeft dit niet met objectieve gegevens of enig ander bewijs onderbouwd. Verder is alleen sprake geweest van facturen aan de ouders van A om de vennootschap van liquide middelen te voorzien en hebben geen daadwerkelijke verkopen plaatsgevonden. X heeft volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van btw-ondernemerschap.

De Inspecteur heeft bij het opleggen van de boete (van maximaal € 1.011) voldoende rekening gehouden met bijzondere omstandigheden, aldus de Rechtbank. Er is geen reden voor het verlagen van de boete. Het beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
1 november 2015 t/m 31 december 2018
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
22 december 2021
Rolnummer
20/9562
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2021:6605
NLF-nummer
NLF 2022/0133
Aflevering
13 januari 2022
bwbr0002629&artikel=7

X