Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Politieke column

Gelijktijdig met de publicatie van de Voorjaarsnota wordt deze maand de inhoud van het pakket Belastingplan 2023 bekendgemaakt. Met die openbaarmaking hoopt het kabinet tegemoet te komen aan de parlementaire wens voor meer tijd voor de behandeling van de jaarlijkse stapel fiscale wetswijzigingen. Vroege bekendmaking van plannen biedt de mogelijkheid om al voor het zomerreces een debat te voeren over de contouren ervan. Ook kan de Kamer daarbij eigen wensen op tafel leggen.

Het is een nieuwe werkwijze van het begin dit jaar aangetreden nieuwe kabinet. Deze noviteit is op zichzelf best toe te juichen. Het op Prinsjesdag indienen van fiscale wetsvoorstellen en een daaropvolgende parlementaire behandeling van krap drie maanden is voer voor ongemak en ongelukken. Anders gezegd: met iets meer tijd en reflectie acht ik de kans groot dat de eind vorig jaar door de Hoge Raad gekapittelde wijziging van box 3 er überhaupt niet in deze vorm zou zijn geweest.

Bij de parlementaire behandeling van het Belastingplan 2016 (waarin de wijziging was opgenomen) waren er immers voldoende twijfels over de juridische houdbaarheid. Argwanende parlementariërs moesten echter in een vloek en een zucht beslissen. Commentatoren hadden nauwelijks tijd hun expertise te delen met de betrokkenen. Ik stel me zo voor dat een expertmeeting, een extern advies of misschien wel gewoon in alle rust logisch nadenken een streep zou hebben gezet door deze wijziging van box 3. Het had in elk geval het aanstaande terugbetaaldrama voorkomen.

Toch is het openbaren van fiscale voornemens nog niet hetzelfde als het indienen van fiscale wetgeving. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft bij voorbaat alvast de vinger op de zere plek gelegd. De wetgevingsadviseur stelt terecht dat het vooralsnog onduidelijk is op welk detailniveau inzage wordt gegeven in de fiscale beleidsvoornemens. Met enkele steekwoorden en een summiere omschrijving weet je als parlementariër immers nog steeds weinig. Op open deuren als ‘wijziging box 3’ of ‘betere vermogensverdeling box 3’ zou bijvoorbeeld ook destijds niemand al in een vroeg stadium zijn aangeslagen. Oftewel, het is wel de bedoeling dat het kabinet dadelijk echt de luiken openzet, want aan een duistere kijkdoos hebben we niets.

Maar zelfs volledige transparantie heft niet alle ongemak op. De wetteksten, de wetstoelichting, de adviezen en de uitvoeringstoetsen krijgen we deze maand nog helemaal niet te zien. En daar gaat het natuurlijk wel om. Bovendien houdt het kabinet de mogelijkheid open om in de zomer nog nieuwe fiscale plannen te bedenken. In de zogenoemde augustusbesluitvorming wordt aan de hand van nieuwe ramingen naar koopkrachtmaatregelen gekeken. De politieke werkelijkheid is echter dat dan vaak nog een blik op de fiscaliteit in den brede wordt gericht, waarbij in potentie alle belastingmiddelen aan de beurt kunnen zijn.

Nu komen we van ver. Het aanstaande belastingplan is alweer het 31e op rij. In het verleden zijn er wel eens belastingplannen in oktober en zelfs in november ingediend, waarbij de parlementaire behandeltijd met slechts enkele weken dus nog korter was. Ook kwam het voor dat de verschillende belastingwetten na elkaar werden ingediend. Deze druppeltactiek werkte niet echt bevorderlijk voor de overzichtelijkheid en voor de planning. Sinds het Belastingplan 2002 zitten we eigenlijk in het stramien dat het volledige pakket – de uitzondering daargelaten – op de derde dinsdag van september bij de Tweede Kamer wordt ingediend.

Het is positief dat we dit voorjaar al inzicht krijgen in het Belastingplan 2023. Een mooi begin. Wat mij betreft moeten ook de belastingwetten eerder bij de Tweede Kamer worden ingediend. Want het is allemaal leuk en aardig, maar de noviteit van het kabinet wijzigt het huidige korte tijdsbestek voor het wetgevingstraject met geen dag.

Metadata

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Michiel Spanjers
Columnist
NLF-nummer
NLF-P 2022/17
Publicatiedatum
10 mei 2022

Naar de bovenkant van de pagina