Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

De gemachtigde van X heeft – aanvankelijk op naam van A, maar binnen de beroepstermijn hersteld tot X (belanghebbende) – bij Rechtbank Limburg beroep ingesteld tegen een aan laatstgenoemde verzonden uitspraak op bezwaar. In haar uitspraak van 16 april 2021, waarin X als eiser is aangeduid, heeft de Rechtbank het beroep kennelijk ongegrond verklaard op de voet van artikel 8:54 Awb.

Tegen deze uitspraak heeft de gemachtigde van X – wederom op naam van A – een verzetschrift ingediend bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft op 11 oktober 2021 uitspraak op het verzet gedaan. In de uitspraak is A als opposant aangeduid. De Rechtbank heeft het verzet niet-ontvankelijk verklaard omdat A geen belanghebbende is.

In cassatie voert X aan dat de gemachtigde in het verzetschrift per abuis een verkeerde naam heeft gekopieerd en geplakt uit een vergelijkbaar dossier. De Rechtbank had gelegenheid moeten geven voor herstel van dit verzuim, maar de Rechtbank had het verzetschrift ook direct verbeterd kunnen lezen, aldus X.

Het verzet is volgens de vermelding van het onderwerp en het kenmerk van de gemachtigde in de door de Rechtbank aan de gemachtigde gestuurde brieven aangemerkt als ingesteld namens X. Uit de brieven van dezelfde data aan de Heffingsambtenaar volgt dit ook. In zoverre is het cassatiemiddel volgens de Hoge Raad dus terecht voorgesteld. Het kan evenwel niet tot cassatie leiden. In het beroepschrift is als enige beroepsgrond aangevoerd dat de Heffingsambtenaar de kosten van het bezwaar tot een te laag bedrag heeft vergoed doordat hij de wegingsfactor 0,25 heeft toegepast. De Rechtbank heeft de door de Heffingsambtenaar toegepaste wegingsfactor zonder meer gerechtvaardigd geacht, gelet op de eenvoud en het geringe gewicht van de zaak alsmede de geringe werkbelasting van de gemachtigde. Dat oordeel draagt de beslissing dat het beroep kennelijk ongegrond is als bedoeld in artikel 8:54, lid 1, letter c, Awb. Het moet ervoor worden gehouden dat behandeling van het verzet slechts tot ongegrondverklaring daarvan had kunnen leiden. Het cassatieberoep wordt daarom ongegrond verklaard.

 

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2021
Instantie
Hoge Raad
Datum instantie
23 september 2022
Rolnummer
21/04791
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1283
bwbr0005537&artikel=8:54

Naar de bovenkant van de pagina