Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(10)
  • Jurisprudentie(129)
  • Commentaar NLFiscaal(4)
  • Literatuur(14)
  • Recent(22)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

X en Y (belanghebbenden) zijn gedurende het gehele jaar 2018 gehuwd en woonachtig in een huurwoning. Zij betogen in deze procedure dat de box 3-heffing voor het jaar 2018 leidt tot een individuele en buitensporige last.


X en Y beschikken over een vermogen van ruim € 118.000. De (bruto)belastingheffing over het box 3-vermogen bedroeg voor hen gezamenlijk € 350. De werkelijke inkomsten uit vermogen waren € 79.


Het belastbaar inkomen uit werk en woning in 2018 van X en Y gezamenlijk bedroeg € 44.470. Zij hebben in het jaar 2018 geen recht op toeslagen en geen box 2-inkomen.


Rechtbank Noord-Nederland berekent het netto besteedbaar inkomen box 1 van X en Y gezamenlijk op ruim € 3.400 per maand. Het moeten betalen van het ‘overschot’ van € 271 aan box 3-heffing uit dit netto besteedbaar inkomen levert niet een zodanig laag inkomen op dat daardoor op het vermogen moet worden ingeteerd. Dat betekent dat er in dit geval geen sprake is van een individuele en buitensporige last, aldus de Rechtbank.


Het beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2018
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum instantie
9 november 2021
Rolnummer
20/2245;20/2928
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2021:4893
NLF-nummer
NLF 2021/2228
Aflevering
25 november 2021
bwbr0011353&artikel=5.2

X