Direct naar content gaan

Samenvatting

X (vof; belanghebbende), handelaar in gebruikte auto’s, heeft voor een geherimporteerde gebruikte auto om teruggaaf van BPM verzocht. De Inspecteur heeft dit geweigerd omdat de aan de vorige eigenaar opgelegde naheffingsaanslag BPM niet is voldaan.

De RDW heeft aan de vorige eigenaar in maart 2014 een kentekenbewijs afgegeven, ofschoon de algemeen gebruikelijke procedure is dat de RDW dit alleen doet na een ‘fiscaal akkoord’ van de Belastingdienst dat de verschuldigde BPM is betaald.

In geschil is of het niet betalen van BPM door de vorige eigenaar aan X kan worden tegengeworpen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant en Hof Arnhem-Leeuwarden hebben deze vraag bevestigend beantwoord.

De Hoge Raad verklaart het door X tegen het oordeel van het Hof ingestelde cassatieberoep echter gegrond. Beoordeeld moet worden of en, zo ja, in hoeverre het door de Belastingdienst ontvangen bedrag aan BPM uitstijgt boven het bedrag aan BPM dat volgens artikel 8d Uitv.reg. BPM in overeenstemming met de tijdsduur van het gebruik van de auto in Nederland definitief aan de schatkist moet toevallen.

De Belastingdienst heeft van de naheffingsaanslag ter zake van de tenaamstelling in maart 2014 alsnog een bedrag van € 644 aan BPM ontvangen. Hiervan valt € 373 de schatkist definitief toe, maar het resterende bedrag niet. De Inspecteur dient daarom het resterende bedrag van € 271 aan X terug te geven.

Anders Conclusie A-G IJzerman (NLF 2019/1940, met noot van Elbert).

Metadata

Rubriek(en)
Autobelastingen
Belastingtijdvak
2014
Instantie
HR
Datum instantie
13 november 2020
Rolnummer
18/04603
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1779
Auteur(s)
Heleen Elbert
Elbert Fiscaal
NLF-nummer
NLF 2020/2569
Aflevering
26 november 2020
Judoreg
NFB3843
bwbr0005806&artikel=14a,bwbr0005806&artikel=14a

Naar de bovenkant van de pagina