Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(81)
  • Commentaar NLFiscaal(6)
  • Literatuur(5)
  • Recent(12)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(2)

X (belanghebbende) heeft op 15 april 2019 twee panden in eigendom verworven. Het betreft een voormalig verzorgingshuis en een vrijstaand appartementengebouw.


In geschil is of ter zake van de verkrijging van het verzorgingshuis het tarief van 2% voor woningen is verschuldigd of het algemene tarief van 6%. De verschuldigde overdrachtsbelasting over de verkrijging van het appartementengebouw is niet in geschil.


Niet bestreden is dat de onderhavige onroerende zaak naar zijn aard een verzorgingshuis is. Gelet daarop en op de kenmerken van het verzorgingshuis is geen andere conclusie mogelijk dan dat deze – voor de bepaling of sprake is van een ‘woning’ – op één lijn is te stellen met een verpleeg- of verzorgingsinstelling. Daaraan doet niet af dat het verzorgingshuis ook geschikt is voor bewoning en dat personen aldaar daadwerkelijk hun hoofdverblijf hebben. Voor het verzorgingshuis is het algemene tarief van 6% van toepassing.


Het beroep is ongegrond, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Rubriek(en)
Belastingen van rechtsverkeer
Belastingtijdvak
2019
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
27 oktober 2021
Rolnummer
20/8666;20/8667
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2021:5401
NLF-nummer
NLF 2021/2248
Aflevering
25 november 2021
bwbr0002740&artikel=14

X