Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(3)
  • Jurisprudentie(207)
  • Commentaar NLFiscaal(1)
  • Literatuur
  • Recent(6)

In de aangifte IB/PVV 2013 van X (belanghebbende) is uitsluitend een arbeidsinkomen van € 15.186 vermeld. Eind december 2017 heeft (de toenmalige adviseur van) X een verzoek om vrijwillige verbetering van aangiften IB/PVV ingediend, omdat daarin geen rekening is gehouden met de waarde van door X gehouden bitcoins. Volgens de Inspecteur heeft X vervolgens ongeloofwaardig verklaard omtrent de herkomst van bitcoins en mag worden aangenomen dat deze zijn verkregen als tegenprestatie voor een werkzaamheid. Hij heeft met een navorderingsaanslag een bedrag van in totaal € 46.840 in aanmerking genomen als row. Tevens is een vergrijpboete opgelegd.


Vast staat dat X circa 165 bitcoins heeft verkregen. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X in ieder geval deels opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt, namelijk over de wijze waarop de circa 165 bitcoins in 2013 zijn verkregen, hetgeen op één lijn wordt gesteld met de weigering om deze informatie te verstrekken. Dit leidt tot omkering van de bewijslast. Naar het oordeel van de Rechtbank gaat de Inspecteur bij de redelijke schatting van het inkomen terecht uit van belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. Het inkomen is wel te hoog geschat. De Inspecteur is er niet in geslaagd om andere bitcoinadressen aan X te koppelen. Het toerekenen aan X van deze adressen en de bijbehorende bitcoins is daarom willekeurig. In zoverre is het beroep gegrond. De Rechtbank sluit aan bij de waarde in het economische verkeer ten tijde van de verkrijging van de bijna 165 bitcoins (€ 20.000).


De vergrijpboete wordt vernietigd omdat de Inspecteur er niet in is geslaagd te bewijzen dat sprake is van opzet. Hoewel vaststaat dat X onjuiste informatie heeft verstrekt met betrekking tot de wijze waarop de bitcoins zijn verkregen, volgt hier nog niet uit dat X opzettelijk een te lage aangifte heeft gedaan.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2013
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
7 oktober 2021
Rolnummer
19/5572
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:9913
NLF-nummer
NLF 2021/2187
Aflevering
18 november 2021
bwbr0011353&artikel=3.90

X