Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Recent verscheen het rapport van De Nederlandsche Bank ‘Good practices – Fiscale integriteitsrisico’s bij cliënten van banken’. Kort gezegd wil DNB dat financiële instellingen actief onderzoeken of het fiscale gedrag van hun cliënten tot een integriteitsrisico voor de bank leidt. Volgens Frank Herreveld en Hans van den Hurk is er sprake van moraalriddergedrag.

Recent verscheen het rapport van De Nederlandsche Bank ‘Good practices – Fiscale integriteitsrisico’s bij cliënten van banken’.1 Dit rapport is geschreven naar aanleiding van de Panama Papers, de Paradisepapers en dataleaks die hebben blootgelegd dat personen en bedrijven wereldwijd financiële constructies gebruiken om hun zichtbaarheid voor overheidsinstanties, zoals belastingdiensten, te belemmeren. Formeel is deze aanschrijving van DNB aan de Nederlandse financiële sector een vrijblijvende. Maar gelet op alle perikelen binnen deze sector zullen banken zich niet willen of kunnen veroorloven hieraan niet te voldoen. Kort gezegd wil DNB dat financiële instellingen actief onderzoeken of het fiscale gedrag van hun cliënten tot een integriteitsrisico voor de bank leidt.

DNB neemt vergaande standpunten in

In dit integriteitsdebat neemt DNB vergaande standpunten in. Niet alleen wordt belastingontduiking bestreden, maar legale belastingontwijking lijkt hiermee over één kam te worden geschoren. In navolging van mondiale (BEPS-rapporten van de OESO en VN) en Europese initiatieven (ATAD en MDR) wordt legale belastingontwijking op een vergelijkbare manier in het beklaagdenbankje gezet als illegale belastingontduiking. Een bank dient de klantenrelatie met een fiscale fraudeur te heroverwegen. En DNB vindt ook dat in geval van legale belastingontwijking de bank onderzoek moet doen naar integriteitsrisico’s. Het is logisch dat je dat doet bij fraude, maar hoe logisch is het als je dit doet bij optimalisatie van de fiscale positie of bij ontwijking door middel van een internationaal geaccepteerde structuur?

In Europa wordt al enige jaren een discussie gevoerd over belastingontduiking en -ontwijking. In dat debat voert echte en gespeelde emotie de boventoon. Dat illegale belastingontduiking bestreden moet worden, is evident. Echter legale belastingontwijking kent vele vormen en niet alle vormen daarvan zijn moreel verwerpelijk. Indien die ontwijking acceptabel is onder de regels zoals die van toepassing zijn na inwerkingtreding van de diverse BEPS-plannen van de OESO en de EU, dan is er voor moraliteit verder geen plaats. ‘I am not accusing you for being illegal but I am accusing you for being immoral’, is interessant voor politici, maar zou binnen de post-BEPS-regels geen rol mogen spelen.

De vraag is of het doel de middelen heiligt

Banken zijn de laatste tijd regelmatig in opspraak gekomen in verband met witwaspraktijken. Dat deze illegale praktijken het aanzien van de financiële sector schaden, is duidelijk. Daar passen alleen stevige maatregelen. DNB gaat naar onze mening te ver als ze eisen dat banken hun cliënten gaan screenen op legale fiscale constructies die leiden tot minder internationale belastingheffing. DNB eist dat banken belastingoptimalisatie, belastingontwijking en -ontduiking categoriseren en beoordelen op de vraag of ze tot een integriteitsrisico leiden. Hiervoor dient de bank een aparte compliancedesk in te richten. Enerzijds begrijpelijk omdat dit zeer complexe materie is, anderzijds leidt dit tot een enorme administratieve lastenverzwaring. Wij vragen ons werkelijk af of dit doel de middelen heiligt. Banken zullen nooit zelf goed kunnen beoordelen welke risico’s fiscaal en qua reputatie worden gelopen bij complexe internationale financiële structuren. Daarom adviseert DNB aan de banken een opinie te vragen aan de belastingadviseur van hun klant. Naast het feit dat dit uit privacy-oogpunt al curieus is, legt dit een bijzondere druk op de vertrouwensrelatie tussen belastingadviseur en de onderneming. Daarbij is het zo dat adviseurs die volgens DNB bekendstaan als niet-risicomijdend een dergelijke opinie niet mogen afgeven. Hier schiet DNB met grove hagel op een mug. Het is ons bekend dat alle grote accountantsorganisaties, belastingadviesbureaus en advocatenkantoren zich bezighouden met belastingbesparende internationale structuren. Op zich is hier weinig mis mee, maar daarmee diskwalificeren deze kantoren zich in de ogen van DNB voor het afgeven van opinies. Als een dergelijke opinie niet afgegeven mag worden door een kantoor dat betrokken was bij de opstelling daarvan dan zal een ander kantoor act de présence moeten geven. Wij verwachten dat het lastig zal zijn kantoren te vinden die niet betrokken zijn geweest bij belastingbesparende structuren.

Hiermee loopt DNB in de fuik dat zij een taak op zich neemt die haar niet past en waaraan ze uitvoering wenst te geven, weliswaar niet verplicht maar wel moreel dwingend, op een wijze die onwerkbaar is voor de Nederlandse financiële sector.

Schoenmaker blijf bij je leest!

Rubriek(en)
Internationaal belastingrecht
Auteur(s)
Frank Herreveld
Herreveld van Sprundel en Partners
Hans van den Hurk
NLF-nummer
NLF Opinie 2019/16
Judoreg
NFB2366
Publicatiedatum
28 maart 2019

X