Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(6)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(3)
  • Jurisprudentie(19)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(1)
  • Recent(1)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(2)

Op 12 mei 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het wetsvoorstel ‘Verzamelspoedwet COVID-19’ bij de Tweede Kamer ingediend.


Het kabinet vindt het van belang ervoor te zorgen dat de verspreiding van COVID-19 wordt bestreden én dat de impact van dit virus zo beperkt mogelijk blijft. Dit (spoed)wetsvoorstel beoogt in dit kader een aantal wenselijke spoedvoorzieningen en wetswijzigingen te realiseren. Het wetsvoorstel betreft de volgende onderwerpen:



  1. Een tijdelijke voorziening voor deurwaarders om exploten o.g.v. het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de bus te doen in plaats van in persoon uit te reiken (artikel 1).

  2. Een tijdelijke wijziging voor ledenvergaderingen van de Nederlandse Loodsencorporatie en de regionale corporaties om o.g.v. de Loodsenwet tijdelijk op elektronische wijze te kunnen deelnemen (artikel 2).

  3. Een wijziging van de AWR, de IW 1990 en de Awir in verband met het tijdelijk verlagen van de belasting- en invorderingsrente (artikel 3, 4 en 5).

  4. Een permanente wijziging van de Luchtvaartwet BES om voor de burgerlijke luchtvaart verboden gebieden bij ‘Notice to Airman’ (NOTAM) bekend te maken (artikel 6).


Dit wetsvoorstel heeft het karakter van een verzamelwet.


De memorie van toelichting is mede namens de minister voor Rechtsbescherming en de staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst opgesteld.


Ad 3) Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), de Invorderingswet 1990 (IW 1990) en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir)


De economische impact van de COVID-19-uitbraak is voor veel ondernemers groot. Het kabinet heeft aangekondigd de komende periode een ruimhartig fiscaal beleid te voeren om deze gevolgen zo veel mogelijk te verzachten. Op 17 maart 2020 heeft het kabinet enkele concrete fiscale maatregelen aangekondigd die erop zijn gericht de liquiditeit van ondernemers te ondersteunen. Hierbij is onder andere aangekondigd dat de invorderingsrente en de belastingrente tijdelijk worden verlaagd. Het eerste moment waarop de verlaging van de belastingrente uitvoeringstechnisch mogelijk is, is 1 juni 2020 voor alle belastingmiddelen behalve de inkomstenbelasting en 1 juli 2020 voor de inkomstenbelasting. Het onderhavige wetsvoorstel voorziet in een wettelijke aanpassing met betrekking tot de hoogte van het percentage van de belastingrente vanaf de genoemde momenten. De verlaging van de invorderingsrente wat betreft de rente die door de Belastingdienst in rekening wordt gebracht, is reeds per 23 maart 2020 per beleidsbesluit gerealiseerd. Deze verlaging wordt met dit wetsvoorstel wettelijk bestendigd. Al deze verlagingen zijn van tijdelijke aard en hangen samen met de uitbraak van COVID-19. In onderhavig wetsvoorstel wordt voor de periode daarna ook de wijze waarop het percentage voor de invorderingsrente en de belastingrente wordt vastgesteld, gewijzigd.


Doel van de tijdelijke verlaging van de percentages voor de belastingrente en invorderingsrente


Met de tijdelijke verlaging van de percentages voor de belastingrente en invorderingsrente worden de mogelijkheden voor uitstel voor het doen van aangifte en uitstel van betaling voor ondernemers en andere belastingplichtigen zo laagdrempelig mogelijk gemaakt. Belastingplichtigen die gebruikmaken van de mogelijkheid van uitstel voor het doen van aangifte worden ten gevolge van de verlaging tijdelijk nagenoeg niet meer geconfronteerd met belastingrente. Ondernemers die gebruikmaken van het tijdelijk versoepelde uitstelbeleid dat in verband met de uitbraak van COVID-19 is ingesteld, profiteren direct van de verlaging van de invorderingsrente. Aangekondigd is dat de Belastingdienst verzoeken om uitstel van betaling voorlopig soepel behandelt: feitelijk wordt uitstel direct voor drie maanden verleend. Normaliter wordt gedurende de hele periode van uitstel van betaling invorderingsrente in rekening gebracht. Zonder de verlaging van de invorderingsrente zou de verruimde mogelijkheid van uitstel van betaling voor ondernemers, maar ook de bestaande mogelijkheid van uitstel van betaling voor particulieren, dus alsnog (mogelijk hoge) kosten met zich brengen. Ten gevolge van de verlaging van 4% naar 0,01% is hiervan nagenoeg geen sprake meer.

De coronacrisis is in Nederland ontstaan in maart jl.; het lijkt echter al langer geleden. Dit mede op basis van de veelheid aan nieuwsberichten en getroffen maatregelen en het steeds updaten van die maatregelen. Met betrekking tot die maatregelen doet zich een ietwat merkwaardig feit voor. De maatregelen worden eerst bij persconferentie aangekondigd, enige dagen later volgt dan een besluit waarin met betrekking tot de aangekondigde maatregelen een goedkeuring wordt vastgelegd en pas daarna volgt er een voorstel waarin de aangekondigde maatregelen een wettelijke basis krijgen. Zo wordt in dit wetsvoorstel ‘Verzamelspoedwet COVID-19’ de wettelijke basis neergelegd voor het verlagen van de invorderingsrente en de belastingrente. Aan de verlaging van die rente is al aandacht besteed in NLF 2020/0785, NLF 2020/0913 en NLF 2020/1014.

Inhoud

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2020
Instantie
IenW
Datum instantie
12 mei 2020
Rolnummer
35 457
Auteur(s)
Jacques Raaijmakers
Raaijmakers Belastingadvies en Educatie
NLF-nummer
NLF 2020/1174
Aflevering
21 mei 2020
Judoreg
NFB3279
bwbr0002320&artikel=30hb,bwbr0004770&artikel=28,bwbr0004770&artikel=29,bwbr0018472&artikel=27,bwbr0018472&artikel=28,bwbr0018472&artikel=29

X