Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(3)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie(203)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(5)
  • Recent(14)

Aan X (belanghebbende) is met dagtekening 27 april 2017 een aanslag in de erfbelasting opgelegd en is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht. Het daartegen gemaakte bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.

Rechtbank Gelderland (13 april 2018, 17/5461, ECLI:NL:RBGEL:2018:1697, NLF 2018/0963, met noot van Gubbels) heeft geoordeeld dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De Inspecteur heeft bij Hof Arnhem-Leeuwarden (21 april 2020, 18/00455, ECLI:NL:GHARL:2020:3246, NLF 2020/1149) incidenteel hoger beroep ingesteld. Omdat dat beroep te laat was ingediend, heeft het Hof het niet-ontvankelijk verklaard.

Het Hof heeft voorts ambtshalve geoordeeld dat bij het indienen van het bezwaarschrift geen sprake is geweest van een verschoonbare termijnoverschrijding.

Tegen dit oordeel heeft X cassatieberoep ingesteld en de Hoge Raad verklaart dit gegrond. De Hoge Raad oordeelt namelijk als volgt:

Tot nu toe komt het in de praktijk voor dat de rechter ook de tijdigheid van een bij het bestuursorgaan ingediend bezwaarschrift ambtshalve beoordeelt. De Hoge Raad heeft deze praktijk in belastingzaken in het verleden aanvaard. De Hoge Raad ziet echter aanleiding deze rechtspraak te heroverwegen. De relevante bepalingen in de AWB (artikel 6:7 tot en met 6:9) brengen namelijk niet zonder meer mee dat in een volgende instantie ambtshalve de tijdigheid van het aanwenden van een rechtsmiddel in de vorige instantie opnieuw moet worden beoordeeld. Verder valt niet in te zien welk zwaarwegend belang gediend kan zijn met ambtshalve beoordeling van die ontvankelijkheid in (hoger) beroep.

Daarom hanteert de Hoge Raad voortaan het uitgangspunt dat de rechter de tijdigheid van een bezwaar of beroep in een vorige instantie niet ambtshalve behoort te beoordelen. Dit betekent dat de Rechtbank het bij het bestuursorgaan gemaakte bezwaar niet ambtshalve wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk mag verklaren, en dat het Hof het bij de Rechtbank ingestelde beroep of het bij het bestuursorgaan gemaakte bezwaar niet ambtshalve wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk mag verklaren.

In dit geval heeft de Rechtbank het bezwaar ontvankelijk geacht. De Inspecteur heeft daarover in hoger beroep niet tijdig geklaagd. Hieruit volgt dat het Hof ten onrechte ambtshalve heeft beoordeeld of X tijdig dan wel verschoonbaar te laat bezwaar heeft gemaakt.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2017
Instantie
HR
Datum instantie
16 juli 2021
Rolnummer
20/01682
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1153
Auteur(s)
Jeannette van der Vegt
Hof Den Bosch
NLF-nummer
NLF 2021/1552
Aflevering
5 augustus 2021
Judoreg
NFB4487
bwbr0005537&artikel=6:7,bwbr0005537&artikel=6:7,bwbr0005537&artikel=6:8,bwbr0005537&artikel=6:8,bwbr0005537&artikel=6:9,bwbr0005537&artikel=6:9

X