Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Belasting innen en veiligheid bieden zijn twee kerntaken van de overheid. Die raken elkaar hier in een zeer zorgelijk rapport van de Amsterdamse ombudsman. Maar het wordt door de Belastingdienst een beetje weggezet als: wij herkennen dit niet. Wij herkennen het ook niet, zegt D66-minister Koolmees (SZW). Maar de ombudsman van de hoofdstad, Arre Zuurmond, zegt: ‘er zijn horecagelegenheden waar de Belastingdienst niet komt, want ze zijn daar hun leven niet zeker’. Wat gaat hier mis? Felix Peppelenbosch zocht het uit.

Wat is er aan hand?

De Amsterdamse ombudsman is een nacht op de Leidsegracht geweest. Dat deed hij omdat hij daar in 2016 onderzoek had gedaan en toen was het een bende.

Dit keer constateert hij 938 overtredingen. Dat is één keer per 30 seconden een wildplasser, een onverzekerde taxi, een brommer die tegen eenrichtingsverkeer inrijdt, een illegaal straatfeest van horecaondernemingen enz. De aantallen liegen er niet om. Zo rijden er 190 taxi’s in Amsterdam onverzekerd rond. Hij krijgt het lijstje gewoon van de RDW uitgeprint.

Maar misschien nog wel de meest opvallende uitkomst van het onderzoek gaat over de Belastingdienst. De ombudsman kreeg, toen hij vroeg naar controles op zwartwerken en illegale omzet, het volgende te horen van de belastingdirecteur:

‘Dat gebeurt nauwelijks. De belastinginspecteurs lopen namelijk niet met kogelvrije vesten rond.’

Als een zzp’er de btw een paar dagen te laat betaalt, volgt een forse boete. Handhaven doen we met de computer achter een bureau. Maar kennelijk dus niet op lastige plekken waar het echt nodig is.

Deze constateringen van de ombudsman waren voor het Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) de reden om staatssecretaris Menno Snel (D66) van Financiën tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer op 13 maart 2018,1 eens nader aan de tand te voelen. Maar omdat Snel voor het bijwonen van de Eurogroep in Brussel was, werden de honneurs waargenomen door zijn collega van SZW, D66’er Wouter Koolmees. Hij kon de Kamer echter niet gerust stellen.

Koolmees: niks aan de hand; geen helmen en kogelvrije vesten voor belastingambtenaren

Volgens Koolmees is de ombudsman ingegaan op een anonieme quote van een onbekende directeur van de Belastingdienst, die zou hebben gezegd dat de Belastingdienst alleen met helmen en kogelvrije vesten bij bepaalde bedrijven, kroegen, naar binnen wil. Dit zou suggereren dat er geen controle plaatsvindt.

Maar volgens Koolmees ervaart de Belastingdienst geen belemmeringen bij het uitvoeren van zijn handhavingstaak in de gemeente Amsterdam. Dat geldt in zijn algemeenheid, maar ook specifiek in de binnenstad van Amsterdam. Hij herkent zich dus ook niet in de uitspraak van de Amsterdamse ombudsman, want naast het in voorkomende gevallen uitvoeren van boekenonderzoeken voeren bijvoorbeeld ook deurwaarders hun werkzaamheden uit indien er sprake is van invordering van belastingschulden. Via het Landelijk Informatie en Expertise Centrum (LIEC) en de Regionale Informatie en Expertise Centra (de RIEC’s) is er goede samenwerking tussen bijvoorbeeld de gemeenten, de politie en de Belastingdienst. Er zijn goede afspraken over wie welke taken heeft en ook over wanneer de politie wordt betrokken bij gezamenlijke acties van de Belastingdienst en de politie. Er vinden ook regelmatig acties plaats in de binnenstad van Amsterdam. De uitlatingen van de gemeentelijke ombudsman worden volgens Koolmees dan ook niet herkend door de Belastingdienst.

Omtzigt trekt opvatting Koolmees sterk in twijfel

Deze ‘mooie woorden’ stellen Omtzigt echter niet gerust. Hij reageerde als volgt:

‘De Belastingdienst ervaart geen belemmeringen, terwijl de ombudsman van de hoofdstad zegt: jongens, er gaat iets heel erg mis. Sterker nog, voetnoot 11 van het rapport was de meest vermakelijke: Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Amsterdam, wil meer controles. Laat dat even op u inwerken. Waar heeft u dat eerder gezien? Dat ziet u nergens. Ze willen controles van de Belastingdienst omdat een aantal zaken zich totaal nergens aan houdt. Als een beroepsgroep zelf om controles vraagt, en zeker de horeca – sorry dat ik deze sector een klein beetje discrimineer – dan is er wat aan de hand. Boekenonderzoeken en deurwaardersbezoeken vinden plaats tussen 9.00 uur ’s morgens en 19.00 uur ’s avonds. Maar dat hele onderzoek ging over de puinzooi die het er ’s nachts is. Je kunt ’s nachts dus vrolijk zwartwerken. Je kunt ’s nachts vrolijk je omzet anders opgeven, want dat vinden deze controles niet.’ Doet kabinet wel voldoende om belastingambtenaren volledige bescherming te bieden?

Niet alleen Omtzigt twijfelt aan de woorden van Koolmees, ook andere Kamerleden denken er het hunne van. Zo zei Kamerlid Henk Nijboer (PvdA) hierover het volgende:

‘Het punt van de Amsterdamse ombudsman is dat de Belastingdienst bang is voor kogels. Ik kan me dat wel voorstellen. Je hebt nu het Holleeder-proces. Je zou als belastingambtenaar maar een belastingformuliertje bij Holleeder moeten ophalen. Ik snap dus wel dat belastingambtenaren bang zijn. Het zou andersom moeten zijn: de kogels zouden bang moeten zijn voor de Belastingdienst. De vraag is echt wat dit kabinet doet aan de grote criminaliteit die we kennen uit de onderwereld – denk aan drugshandel en vrouwenhandel – om ook de belastingambtenaren voldoende bescherming te bieden.’ Hoe nu verder?

Omdat Koolmees in de Kamer niet veel verder kwam dan het probleem te bagatelliseren, is afgesproken dat de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer een serie schriftelijke vragen aan staatssecretaris Snel gaat voorleggen. De Kamer hecht er aan om schriftelijk te vernemen of er in Nederland no-gogebieden zijn, in Amsterdam of elders, waar belastingambtenaren en andere handhavers slechts met grote moeite of onder politiebescherming willen komen. Als die er zijn, wil de Kamer een lijstje hebben met wat eraan gedaan wordt. Zijn we op weg naar een nieuwe Vinkenslag-affaire?2 Wordt binnenkort vervolgd.

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Felix Peppelenbosch
NLFiscaal
NLF-nummer
NLF Opinie 2018/18
Judoreg
NFB2172
Publicatiedatum
5 april 2018

X