Direct naar content gaan

Samenvatting

X (SARL; belanghebbende) heeft een (kantoor)pand verkregen en flink verbouwd, in dit geval tot hotel. De bestaande constructie van het gebouw is ongewijzigd gebleven; het dak, de vloeren, de trappen, de plafonds en de liften zijn niet verwijderd noch vervangen. Wel zijn er in de vloeren gaten geboord ten behoeve van de doorvoer van leidingen en zijn de houten vloeren ten behoeve van de brandveiligheid voorzien van brandvertragende materialen. Ook zijn er aanpassingen geweest om het gebouw te laten voldoen aan de moderne bouweisen en aan bepaalde wensen van X.

X verkoopt het pand vervolgens aan een derde en de vraag komt op of sprake is van een nieuw vervaardigde onroerende zaak, zodat er van rechtswege btw is verschuldigd en geen overdrachtsbelasting.

De prejudiciële vragen aan de Hoge Raad van Rechtbank Zeeland-West-Brabant stellen aan de orde aan de hand van welke criteria moet worden beoordeeld of de verbouwing van een gebouw heeft geleid tot in wezen een nieuw gebouw.

De beantwoording van die vraag is in dit geval van belang omdat X een beroep heeft gedaan op de vrijstelling van overdrachtsbelasting die is voorzien in artikel 15, lid 1, aanhef en onderdeel a, Wet BRV. Een van de voorwaarden voor toepassing van die vrijstelling is dat de verkrijging van de onroerende zaak plaatsvindt krachtens een met omzetbelasting belaste levering als bedoeld in artikel 11, lid 1, onderdeel a, onder 1°, Wet OB 1968. De levering in de zin van die bepaling betreft de levering van – kort gezegd en voor zover hier van belang – een nieuw gebouw.

De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen van de Rechtbank als volgt:

Voor de beoordeling of door verbouwingswerkzaamheden aan een gebouw in wezen een nieuw gebouw is ontstaan, moet worden vastgesteld wat er in bouwkundig opzicht met het bestaande gebouw is gebeurd. Alleen wijzigingen in de bouwkundige constructie, daaronder begrepen vervanging (van een deel) van de bestaande bouwkundige constructie, kunnen de conclusie rechtvaardigen dat een verbouwing zo ingrijpend is geweest dat daardoor in wezen een nieuw gebouw is ontstaan. Of zulke wijzigingen zodanig ingrijpend zijn geweest, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Metadata

Rubriek(en)
Belastingen van rechtsverkeer
Belastingtijdvak
2018
Instantie
HR
Datum instantie
4 november 2022
Rolnummer
22/01246
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1577
Auteur(s)
Barry Willemsen
Belastingdienst
NLF-nummer
NLF 2022/2224
Aflevering
17 november 2022
Judoreg
NFB5337
bwbr0002320&artikel=27ga,bwbr0002320&artikel=27ga,bwbr0002629&artikel=11&lid=1,bwbr0002629&artikel=11&lid=1,bwbr0002740&artikel=15&lid=1,bwbr0002740&artikel=15&lid=1

Naar de bovenkant van de pagina