Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(3)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(3)

X (belanghebbende) en zijn echtgenote Y zijn als zorgondernemers verbonden aan een kleinschalige woonvorm voor volwassenen met een verstandelijke beperking, het zogeheten Thomashuis. X en Y zijn contractueel verplicht om in het Thomashuis te wonen en zijn 24 uur per dag en 7 dagen per week oproepbaar door de bewoners en het personeel van het Thomashuis. Zij beschikken in het Thomashuis over een privégedeelte.


In geschil is of de aftrekbeperking van huurkosten ingevolge artikel 3.16, lid 13, Wet IB 2001 van toepassing is op de woonsituatie van X en Y. Rechtbank Den Haag beantwoordt deze vraag bevestigend. Vast staat dat X en Y het Thomashuis huren en dat dit huurrecht tot hun ondernemingsvermogen behoort. Dit betekent dat het wetsartikel op hun woonsituatie van toepassing is. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt niet dat de wetgever bij de invoering van het artikel een uitzondering heeft gemaakt voor zorgondernemers zoals X en Y. Tussen partijen is niet in geschil dat de aftrekbeperking maximaal 34,45% bedraagt en dat X dus recht heeft op een aftrek van 65,55%. Naar het oordeel van de Rechtbank heeft X niet aannemelijk gemaakt dat de aftrekbeperking lager zou moeten zijn dan 34,45%.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2018
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum instantie
21 juli 2021
Rolnummer
20/5651
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:9335
NLF-nummer
NLF 2021/2176
Aflevering
18 november 2021
bwbr0011353&artikel=3.16&lid=13

X