Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

X (bv; belanghebbende) is een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats (AGP) en heeft vanuit Nederland accijnsgoederen onder schorsing van accijns verzonden naar een belastingentrepot in een andere lidstaat van de Europese Unie. Nadat X een elektronisch bericht van ontvangst heeft ontvangen ten teken dat de accijnsgoederen op de plaats van bestemming zijn aangekomen, is uit onderzoek naar voren gekomen dat de geadresseerde de goederen niet heeft ontvangen en dat de berichten van ontvangst van de goederen valselijk zijn verstuurd.

De Inspecteur heeft X met betrekking tot de zendingen een naheffingsaanslag accijns opgelegd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de naheffingsaanslag in stand gelaten.

Hof Den Bosch heeft het oordeel van de Rechtbank bevestigd, maar de naheffingsaanslag wel verminderd in verband met een andere zending van accijnsgoederen.

X heeft met zes middelen cassatieberoep ingesteld, maar de Hoge Raad oordeelt dat alle middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard. X heeft wel recht op een vergoeding van immateriële schade van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Conform Conclusie A-G Ettema (NLF 2021/1157, met noot van Wolkers).

Metadata

Rubriek(en)
Accijnzen
Belastingtijdvak
3e kwartaal 2012
Instantie
HR
Datum instantie
15 juli 2022
Rolnummer
20/00639
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1083
Auteur(s)
Arjan Wolkers
Ploum advocaten
NLF-nummer
NLF 2022/1450
Aflevering
28 juli 2022
Judoreg
NFB5165
bwbr0005251&artikel=2a,bwbr0005251&artikel=2a,bwbr0005251&artikel=2b,bwbr0005251&artikel=2b,bwbr0005251&artikel=2c,bwbr0005251&artikel=2c

Naar de bovenkant van de pagina