Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(4)
  • Jurisprudentie(42)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(9)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

In deze zaak is allereerst in geschil of de heffing van inkomstenbelasting over het vermogen (box 3-heffing) in de belastingjaren 2017 tot en met 2019 op regelniveau in strijd is met artikel 14 EVRM. Ook is in geschil of de box 3-heffing in 2017, 2018 en 2019 voor X (belanghebbende) en haar partner leidt tot een individuele en buitensporige last als gevolg waarvan de heffing in strijd is met artikel 1 EP. Daarnaast is in geschil of de Inspecteur met betrekking tot de afhandeling van het bezwaar over het jaar 2017 een dwangsom verschuldigd is.


Rechtbank Noord-Nederland overweegt dat zij geen oordeel mag geven over de box 3-heffing op regelniveau, nu dit onderdeel is van massaalbezwaarprocedures. De Rechtbank komt tot het oordeel dat er geen sprake is van een individuele en buitensporige last.


De Rechtbank bepaalt dat de Inspecteur een dwangsom van € 1.442 dient te betalen, omdat het verdagingsbesluit niet per post is verzonden, maar enkel elektronisch en om die reden de beslistermijn niet rechtsgeldig is verlengd. De Rechtbank kent eveneens de wettelijke rente over de dwangsom toe op verzoek van X.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2017-2019
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum instantie
5 november 2021
Rolnummer
20/3440;20/3445;20/3447
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2021:4744
NLF-nummer
NLF 2021/2233
Aflevering
25 november 2021
bwbr0002320&artikel=3a,bwbr0005537&artikel=7:10

X