Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(16)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(4)

De Inspecteur heeft op verzoek van X (belanghebbende) beslist dat voor een motorrijtuig van X het kampeerautotarief als bedoeld in artikel 23a Wet MRB met ingang van 23 maart 2014 van toepassing is.

Volgens de Inspecteur is het kampeerautotarief vanaf 22 juni 2018 niet meer van toepassing omdat niet is voldaan aan de voorwaarde voor het tarief met betrekking tot de stahoogte.

In geschil zijn in verband hiermee opgelegde naheffingsaanslagen MRB over de periode van 23 juni 2017 tot en met 22 maart 2019 en een verzuimboete.

Vast staat dat het motorrijtuig van 23 juni 2017 tot en met 22 maart 2019 niet voldeed aan de voor de toepassing van het kampeerautotarief gestelde (sta)hoogte van 170 centimeter. Dit brengt met zich dat X geen recht had op toepassing van het kampeerautotarief. De Inspecteur heeft de te weinig geheven MRB (in beginsel) terecht nageheven. De omstandigheid dat de kampeerinrichting slechts tijdelijk zou zijn verwijderd, doet hieraan niet af, aangezien reeds de voorwaarde met betrekking tot de stahoogte aan de toepassing van het kampeerautotarief in de weg staat.

Van door de Inspecteur gewekt vertrouwen is geen sprake. Ook uitlatingen van de RDW hebben bij X geen vertrouwen kunnen wekken over de toepassing van het kampeerautotarief. De RDW kijkt alleen naar de technische vereisten en beoordeelt niet of is voldaan aan de fiscale voorwaarden voor de toepassing van het tarief.

De opgelegde boete is volgens Hof Arnhem-Leeuwarden passend en geboden.

Het hoger beroep is ongegrond.

Rubriek(en)
Autobelastingen
Belastingtijdvak
23 juni 2017 t/m 22 maart 2019
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
29 maart 2022
Rolnummer
21/00507; 21/00508; 21/00509; 21/00510
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:2522
NLF-nummer
NLF 2022/0856
Aflevering
28 april 2022
bwbr0006324&artikel=23a,bwbr0006324&artikel=23a

X