Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

X (belanghebbende) heeft beroep ingesteld bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant omdat de Inspecteur volgens haar niet op tijd heeft beslist op het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2020. Zij heeft de Inspecteur op 3 augustus 2022 in gebreke gesteld. De aanslag is op 15 mei 2021 opgelegd. X stelt dat zij op die dag bezwaar heeft gemaakt door een bezwaarschrift, opgesteld door haar gemachtigde, in te dienen bij haar gemachtigde, die een medewerker van de Belastingdienst in Breda is. Het bezwaarschrift is door de gemachtigde op 30 december 2021 tezamen met diverse andere bezwaarschriften tegen de box 3-heffing bij de receptie van de Belastingdienst in Breda afgegeven.

De Rechtbank acht het volstrekt ongeloofwaardig dat de gemachtigde op 15 mei 2021 het bezwaarschrift heeft ingediend bij zichzelf, ruim zeven maanden bij zich thuis heeft laten liggen en vervolgens zes dagen na het zogenoemde Kerst-arrest van de Hoge Raad (HR 24 december 2021, 21/01243, ECLI:NL:HR:2021:1963) bij de receptie van de Belastingdienst heeft afgegeven. Er is sprake van een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaar. De Inspecteur is daarom geen dwangsom verschuldigd vanwege het niet tijdig beslissen op het bezwaar.

Het bezwaarschrift kan tevens worden opgevat als verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag. Hierop heeft de Inspecteur nog geen besluit genomen.

Recent is bekend geworden dat het voornemen bestaat om een ‘massaal bezwaar plus’-procedure te voeren over de vraag of aan belastingplichtigen die niet tijdig bezwaar hebben gemaakt rechtsherstel moet worden verleend. De aanwijzing zal naar verwachting begin 2023 plaatsvinden.

De Rechtbank draagt de Inspecteur op om binnen vier weken na de datum van de beslissing om verzoeken als die van X al dan niet aan te wijzen als ‘massaal bezwaar plus’, een beslissing te nemen. Indien de aanwijzing voor het verzoek van X geldt, dan wordt de termijn om te beslissen opgeschort tot en met de dag voorafgaande aan de dag waarop de collectieve uitspraak wordt gedaan.

De Inspecteur verbeurt een dwangsom van € 100 voor elke dag waarmee de beslistermijn nog wordt overschreden met een maximum van € 15.000. Voor de reeds verstreken periode sinds de ingebrekestelling komt X in aanmerking voor een dwangsom van € 1.442.

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2020
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
22 december 2022
Rolnummer
22/4960
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:7887
Auteur(s)
Eva Roosendaal
Erasmus Universiteit Rotterdam
NLF-nummer
NLF 2023/0209
Aflevering
26 januari 2023
Judoreg
NFB5564
bwbr0005537&artikel=4:17,bwbr0005537&artikel=4:17

Naar de bovenkant van de pagina